

Toeristische voorzieningen zijn er in Servië nog weinig maar de initiatieven zijn sinds enkele jaren talrijk. Bijna elke dag kan er iets bijkomen. Doordat Servië nog maar weinig bereisd wordt ben ik vaak de enige gast of met slechts een paar anderen bij de soms nieuwe voorzieningen.



Het doet me denken aan wat Frank van Rijn schreef over zijn fietstocht over Madagascar. Hij beschouwt zijn metgezel als grammenjager terwijl andersom deze Zwitserse reisvriend hem voorhoudt dat hij (Frank) zijn fiets zo zwaar beladen heeft met gereedschap en reserve onderdelen dat hij daardoor al dat extra gereedschap en die reserve onderdelen nodig heeft om de panne te verhelpen die ontstaat door de zware belading.

Nadat ik de baai bij Donji Milanovac ben rondgefietst mag ik soms licht, soms ver omhoog. Het dal van de Donau is soms zo nauw dat de weg zich omhoog en omlaag moet slingeren langs deze oostkust van Servië. Het maakt het fietsen geweldig, mooie uitzichten volgen elkaar op, die na elke draai weer anders zijn.

Aan de kade langs de rivier in Kladovo, houd ik mijn middagpauze. Vlakbij het archeologisch museum, dat ik even later bezoek. In het museum krijg ik, van de juffrouw die me ontvangt, een persoonlijke rondleiding langs alle Romeinse vondsten en daarna langs die uit de steentijd.
Tegen het eind, voordat ik weg ga, vraagt ze wat ik van Serviërs vind. Ze blijkt bezorgd om het beeld dat in het buitenland bestaat over Serviërs.

Nadat ik het stadje uit en de heuvel over ben kom ik weer terug bij de Donau. Glooiend heuvellandschap flankeert de brede rivier, waar verschillende kleine riviertjes in uitmonden. Ik mag langs mooie rietkragen rond de delta's en over bruggen van de mondingen fietsen.

De plek lijkt nog in aanbouw, alles is half af. Bij het huisje kondig ik mezelf aan met een luide 'Dobar dan'. Na een paar minuten hoor ik wat gestommel. Een oudere man komt naar buiten. We drinken wat en hij belt naar z'n zoon, die het (beoogde) kampeerterrein beheert. Behalve onaf en onaantrekkelijk vraagt hij een, voor Servische begrippen, astronomisch bedrag. Zelfs nadat ik de helft heb afgedongen vertrek ik toch, het verloop van het gesprek en de locatie staan me tegen. Op naar Negotin.
Als kers op de taart blijk ik bij het kampeerterrein ook nog door doorns gereden. Ik pulk er twee uit m'n achterband en in een recordtijd plak ik de binnenband terwijl ik in de tussentijd ook nog een troep agressieve zwerfhonden verjaag. Na 20 minuten ben ik weer op weg. Als de Donau Servië verlaat, verlaat ik de Donau.

De dag loopt ten einde als ik Negotin binnenfiets. Al snel vind ik de straat waar Huize Kizde zou moeten zijn. Geen straatnaambordje, geen nummers op de huizen, geen namen op de gevels maar wel twee jongens die in de tuin aan het voetballen zijn. Samen fietsen we naar het huis dat ik zoek. Ik kan hier inderdaad slapen in een huis dat 'over' lijkt te zijn, een heel huis voor mezelf.
Nadat Marija, mijn gastvrouw, me heeft getrakteerd op limonade, salade, koffie en een gezellig gesprek in de tuin, neem ik mijn intrek.
Als later Dejan, mijn gastheer, thuiskomt zoeken we samen de vulkanizer op. Een vriend van hem die 's avonds nog even naar z'n werkplaats komt om mijn banden op spanning te brengen. Terwijl hij bezig is noemt hij alle Nederlandse voetballers (en de clubs waar ze gespeeld hebben) die hij kent.
De avond breng ik door in de tuin samen met Dejan, een neut, pannenkoek en bier dat hij speciaal voor mij gehaald heeft.