Vandaag zijn we vroeg op pad. De wind is tegen de ochtend iets gaan liggen zodat we met goede moed op vertrekken. Via onverharde wegen zoeken we onze weg van het schiereiland af.
We vervolgen onze tocht langs de kust, nu naar het noorden. We zien het landschap wat heuvelachtiger worden. We mogen af en toe een helling op en daarna weer naar beneden suizen, omgeven door Portugese struiken en bomen.
De begroeiing wordt afgewisseld met de typische ommuurde dorpjes met witte huizen en rode daken.
Na 60 kilometer vinden we een kampeerterrein bij São Miguel, met buurtwinkel en terras. Helaas steekt de wind weer op aan het eind van de dag waardoor het wat fris wordt.
Alweer een fietsdag, om lekker heuveltjes over fietsen door nog altijd mooie begroeiing en onder een lekker zonnetje.
Een eerste stop maken we in São Tetonio waar we meteen inkopen doen voor de paasdagen. Het is markt maar toch verkiezen we de supermarkt, het eten op de markt leeft nog. We zien mensen met kippen onder de snelbinders naar huis rijden.
Annemiek wordt nog aangesproken door Nestorix, een oud baasje dat sinaasappels heeft gekocht voor de Pasen. Hij vertelt er van alles over maar onze beheersing van het Portugees schiet net te kort om er maar iets van te verstaan.
Later klimmen we naar Vila Nova de Milfontes, waar we een mooi uitzicht over de baai krijgen. Van hier zetten we koers richting de kust, waar we na 60 kilometer aankomen. Eenmaal in Porto Covo zien we dat de zon van vandaag haar sporen nagelaten, met een verbrand rechteroor bij Annemiek als aandenken.
Het is druk in Porto Covo, veel jongelui komen kamperen tijdens het paasweekend, radio’s spelen overal.
We gaan op verkenning in de baai waar we vetplanten zien met bloemen die dicht gaan als de zon onder gaat.
Langs de straat naar het strand toe liggen allemaal winkeltjes, vooral op de vakantievierders gericht. Voor wie daar van zou houden is dit misschien wel een trekpleister(tje).
Wij genieten vooral van de natuur langs de kust.
We vertrekken uit Porto Covo. Het kampeerterrein is niet echt geweldig, een open veld met weinig schaduw en bedekt met troep, waarschijnlijk door de paasdrukte.
Ondanks de hoofdpijn en darmproblemen die mij teisteren, gaan we toch ergens anders een ander plekje zoeken. Gelukkig gaat het fietsen goed. Annemiek rijdt inmiddels met een hoofddoek (grote blauwe zakdoek) om, om ervoor te zorgen dat haar oren niet verder verbranden.
42 Kilometer verderop, in Lagoa de Melides vinden we een kampeerterrein in de duinen met plekjes tussen de bomen. We hebben tijd genoeg over om door de duinen te wandelen en om erover te ‘klimmen’ want hoog zijn ze.
Vandaag staat een wat langere rit op het programma, bestemming Lissabon. We vertrekken vanuit de duinen en blijven zo’n 50 kilometer lang door een duinenlandschap met dennenbossen fietsen. We rijden over het schiereiland van Troia waarvan het noordelijkste puntje is omgetoverd tot golfterrein. Aan het eind van de landtong, in Troia nemen we de veerboot naar Setúbal die ons over het estuarium van de Sado voert.
Eenmaal aan de overkant slaan we een verkeerde weg in. Als we de weg vragen wil onze wegwijzer beloond worden voor zijn raad, een koerspet verandert van eigenaar. Nu nog 35 kilometer tot de pont naar Lissabon. We mogen een flinke klim nemen waarna we heuvelend naar de volgende pont fietsen.
Aan ’t eind van de middag, om kwart over vier, zitten we op de fiets/voetpont naar Lissabon, waarmee we de monding van de Taag overgezet worden. Nog even het kampeerterrein zoeken en onze 94 kilometer zitten erop.
’s Nachts heb ik de fietsen maar voor het eerst aan de ketting gelegd. Er zijn hier permanente tentbewoners (wat eigenlijk wel heel triest is) en er wordt volgens de beheerders wel eens wat gestolen.
We gaan maar eens op verkenning in de stad. Het eerste dat ons opvalt aan Lissabon zijn de drukte en de uitlaatgassen. We wandelen over winkelboulevards en dwalen door nauwe steegjes. In één van de nauwe steegjes vinden we een klein restaurantje waar we tussen de middag Portugees gaan eten, de eerste keer op onze fietstocht.
In de stad ligt op ’n heuvel het Kasteel van Sintersjors (Castelo de São Jorge). We klimmen er naar toe en worden beloond met een uitzicht over de oude stad en over de rivier de Tejo (Taag).
Alweer vroeg vertrekken we uit Lissabon vertrokken om er vervolgens twee uur over te doen om de stad uit te raken. Uiteindelijk blijken we maar 11 kilometer opgeschoten en ook meteen de steilste klim van de tocht te hebben gereden.
De omgeving is hier toch flink heuvelachtig en groen, afgewisseld met akkers. De dorpjes zien er verzorgder uit dan dat we tot nut toe gezien hebben. 't Is hier zeker een welvarendere streek.
Na 30 kilometer fietsen we door het mooie stadje Mafra wanneer het al tijd wordt voor lunch. Na onze middagpauze zetten we de rit voort tot Santa Cruz waarmee we voor deze dag 60 kilometer hebben afgelegd. Het lijkt wel een compleet nieuwbouwdorp, hier aan de wild tekeer gaande oceaan.
Ook vandaag fietsen we alweer een stukje verder naar het noorden. We zijn op pad naar Alcobaça, daar moet iets Romeins zijn. De hele ochtend rijden we door heuvelachtig landschap met lekker steile klimmetjes. We fietsen dan ook een stukje het binnenland in.
Na de middag wordt de route wat glooiender. We zien het dorpje Óbidos dat nog helemaal binnen de muren ligt. Bijna zijn we bij Alcobaça. Voordat we er helemaal zijn krijgen we toch nog een flinke klim te verwerken.
Het stadje ligt mooi in een dal en lijkt een leuk plaatsje te zijn. Morgen gaan we op verkenning, maar eerst rusten we lekker uit.
Vandaag fietsen we alweer verder het binnenland in. We rijden langs Fatima, een pelgrimsoord dat er vandaag verlaten bij ligt. En ja bij het binnenland in, horen mooie klimmen, iets langer dan de voorgaande dagen, vooral de laatste voor Tomar zijn mooie. Het dorpje dat we bereiken met een tevreden gevoel na 70 kilometer genieten.
We verkennen het dorpje, het is een liefje. Op het kampeerterrein help ik een Engelse fietser met spaakbreuk. Zijn hele wiel is uit elkaar en hij heeft een bosje spaken maar hij kan er niet uitkomen hoe het wiel te vlechten. Na een uurtje heb ik het voor elkaar. Ondertussen heeft hij wat inkopen voor ons gedaan.
In de loop van de nacht is de wind flink aangetrokken, wat niet echt motiveert om te gaan fietsen. Ook het begin van de route blijkt al minder interessant. Gelukkig zijn de eerste 50 kilometer niet echt steil. Met een flinke wind op kop kruipen we door het Portugese landschap. We stellen ons in een lange fietsdag.
Bij Penela zien we een kampeerterrein en ook nog een mooie burcht. We twijfelen, blijven we hier en nacht staan? We fietsen toch maar door naar Coimbra, ons eigenlijk plan.
De rit wordt uiteindelijk 85 kilometer lang. Ondanks de tegenwind en de enigszins vermoeide benen van de rit van gisteren komen we nog vrij vlot in Coimbra waar we kamperen de tent opzetten en snoepen van sprite, chocola en zoutstengels.
Twee hele dagen blijven we in Coimbra. Tijd genoeg om de stad eens te verkennen.
Tijdens onze stadswandeling zien we iets wat we nog niet eerder in Portugal hebben gezien: elektrische bussen (met een bovenleiding, net als een elektrische tram). Dat scheelt dus een hoop uitlaatgassen wat het wel zo prettig maakt om hier te fietsen of wandelen.
Coimbra is een universiteitsstad, dus bezoeken we de universiteitsgebouwen maar eens. Ondertussen zien we nog leuke terrasjes en de markt. We brengen later ook nog een bezoek aan de botanische tuin.
Ons kampeerterrein bevindt zich bij de sportvelden, een gemeentecamping zoals in Frankrijk dus. We zijn hier, net als in Tomar, niet de enige fietsers. We ontmoeten een Oost-Duitse met spaakbreuk, waardoor ze een paar dagen moet blijven doordat haar fiets in reparatie is.
’s Avonds gaan we maar eens uit eten, vlees op stokjes en vinho verde (maar dan lekker!).
Al eerder op de dag hadden we een Nederlands café ontdekt waar we hoorden dat we het treffen met het weer. April is toevallig droog en zonnig en al een beetje warm, daarvoor was het slecht (en dat zal in mei ook weer zo zijn).
Vanaf Coimbra fietsen we richting de kust met als doel Praia de Mira. Doordat we lichtjes afdalen hebben we de 47 kilometer al voor de middag afgelegd. We besluiten om door de fietsen, achterlangs de duinen, tussen de dennen.
De bomen verdwijnen en we fietsen langs een baai over een meer open kustvlakte, met natuurlijk een flinke tegenwind.
We eindigen uiteindelijk in Praia de Barra, na uiteindelijk 71 kilometer fietsen.
Hier kamperen vlakbij de baai en proberen te ontdekken of er een bootje is waarmee we morgen kunnen over varen. We zouden dan de drukte van de stad, Aveiro, kunnen vermijden.
Vandaag gaan we proberen om een kampeerterrein vlak bij het vliegveld van Porto te bereiken. Om half zeven staan we op om het pontje van half negen te halen. Na wat zoeken naar de boot slagen we hierin. De wind is echter (alweer) behoorlijk aangetrokken zodat we maar langzaam vooruit komen, gelukkig hebben we nog de hele dag de tijd.
De route begint alvast mooi. We fietsen over een soort schiereiland van duinen. Voor onze eerste koffiestop vinden we een café met een eigenaar die een behoorlijk woordje Frans sprak, ons eerste ‘gesprek’ met een Portugees volgt. Na deze stop fietsten we wat meer door bebossing zodat we wat minder last van de tegenwind hebben. Dat we in plaats daarvan heuveltjes over mogen fietsen vinden we een stuk leuker.
Naarmate we dichter bij Porto komen, wordt het steeds drukker op de weg. Het rijgedrag in dit land begint ons na drie weken overigens behoorlijk te irriteren waardoor dit stuk van de route geen pretje is. De brug over de Douro die we zien blijkt autosnelweg te zijn. Het vinden van de andere brug lukt minder vlot, we besluiten om een kampeerplek te zoeken en morgen verder te gaan.
Na 70 kilometer fietsen, strijken we neer bij Vila Nova de Gaia, op een kampeerterrein dat absoluut het smerigste is dat we ooit hebben bezocht. Zonder werkend, maar intensief gebruikt sanitair (strontcamping in plaats van strandcamping, een nieuwe categorie?). Wildkamperen was beter geweest.
Vandaag is het nog een klein stukje fietsen tot onze laatste kampeerplek in Portugal. We hoeven maar 30 kilometer verderop te zijn, ten noorden van Porto. Eerst maar eens de Douro over.
We fietsen langs de oceaankust die overgaat in rivieroever. Helaas gaat ook de asfaltweg over in zand- en rotspad, even later rijden we over kasseien, wat we nog een tijd zouden blijven doen deze rit. We mogen over de mooiste brug de Douro over waarna we de rivieroever weer volgen totdat we weer langs de oceaankust fietsen.
Het dorpje waar we kamperen ligt net buiten de drukte van de stad. Het heeft een mooi, schoon kampeerterrein met bomen en voor de verandering weer eens warme douches.
Maandag 4 mei
We gaan eens met de bus naar Porto, lekker wandelen door de stad, bezienswaardigheden bezoeken en natuurlijk lekker wat eten.
Dinsdag 5 mei
De volgende dag op ons kampeerterrein gebruiken we om eens op te ruimen en de spullen in orde te brengen. We zitten hier op een lekker plek waar het ontspannen vertoeven is. Ik verken de route naar het vliegveld, dat op 12 kilometer van hier ligt. Later blijkt mijn achterderailleur kapot gegaan, de veer is gebroken. Met alleen een verstelbare sleutel en een waterpomp tang is dat lastig te repareren. Na een paar uren lukt het met om van het overgebleven stuk veer weer een goed werkende te maken. Terugzetten en testen, jawel het werkt weer.
In ons dorpje zoeken we nog een winkel voor wat inkopen voor de laatste dagen. Zoals altijd is het lastig elkaar te begrijpen als je elkaars taal niet praat, maar gewoon even samen in het magazijn kijken en aanwijzen, vingers voor de hoeveelheid en klaar. In het café wat drinken gaat net zo. Als we binnen komen blijken we een bezienswaardigheid. De televisie gaat voor ons extra hard, zo kunnen we niemand verstaan (maar ja dat maakt dus geen verschil).
Woensdag 6 mei
Deze bijna laatste dag gebruiken we om nog een rondje te gaan fietsen, maar dan zonder bagage. We willen nog een stukje verder naar het noorden. Het rijgedrag en het slechte wegdek maken het echter geen leuke rit. Na 71 kilometer zijn we weer terug.
Donderdag 7 mei
We laden de bagage op de fietsen om naar het vliegveld te rijden. De tent laten we hier, die is gescheurd. Een klein stukje trappen en we zijn bij het vliegveld. De fietsen geven we gewoon zo af en die kunnen gewoon het vliegtuig in, dat gaat wel even makkelijker dan op Schiphol.
Nog even wachten en dan vliegen we weer naar huis.