We verlaten Jasenovac in de miezerregen en volgen alweer de Sava-dijk, soms erop soms onderlangs. De Sava die we links van ons zien, is aangezwollen tot een woest stromende rivier. Hele bomen drijven met hoge snelheid voorbij.
Wanneer de miezerregen overgaat in flinke buien, fietsen we het bezoekerscentrum van Lonsko Polje op. Hier vinden we een schuilplaats en tegelijk alle informatie over het natuurgebied.
Lonkso Polje is een (bewoond) beschermd natuurgebied waar de rivier in kan overlopen. Er leven hier wilde paarden maar vooral is het één van de belangrijkste broedgebieden van ooievaars in de wereld.
Behalve het landschap en de ooievaars zijn ook de traditionele huisjes en de traditionele manier van boeren hier beschermd.
Als de regen gestopt is stappen we weer op de fiets. We fietsen van de dijk af naar het gebied van de wilde paarden. Helaas heeft de regen de onverharde wegen onbegaanbaar gemaakt voor fietsen met bepakking. Halverwege de weg keren we alweer om.
Hoe dichter we bij Čigoć, het ooievaarsdorp, komen hoe meer ooievaars we op de daken zien. Elke paal, elke schoorsteen lijkt benest.
Aan het einde van de ochtend, als we onze rit beëindigen, zijn we getuige van ooievaars die hun jongen voederen in het nest op het dak bij Tradicije Čigoč.
In de ochtenddauw slingeren we langs de Sava. De rivier stroomt nog steeds met grote vaart, boomstammen en takken scheren voorbij. Bomen en koeien staan in het water waar eerst oever was.
Onder een stralende zon doorkruisen we het nog steeds mooie rivierlandschap. Bij Sisak houden we, na een fluks bezoek aan Romeinse restanten en een rustig ritje langs de boulevard, onze eerste pauze.
We blijven slingeren over en onderlangs de Sava-dijk. Soms maakt de weg een omweg rond een oude Sava-arm, waar we door de maisvelden fietsen.
Bij één zo’n oude rivierbocht, wat tevens het recreatieterrein van het dorpje is, houden we onze lunchpauze.
We fietsen naar onze beoogde overnachtingsplek, Ranch Perekovic. We ontmoeten de eigenaar die vertelt dat hij de voorziening vooral verhuurt aan groepen. Maar wij mogen er ook blijven. Zelf moet hij weg, of we de deur achter ons dicht willen doen als we besluiten om toch verder te fietsen. Dat laatste doen we en vervolgen onze tocht richting Zagreb.
Bij Zagreb zoeken we het kampeerterrein van Peruševec, wat gloednieuw zou moeten zijn. Ook dit 'glampingterrein' wordt door ons gelaten voor wat het (niet) is en we vervolgen onze speurtocht langs de Sava en de meertjes bij Zagreb.
Uiteindelijk vinden we een plekje bij het clubhuis van de visvereniging 'Pešćenica'. We kunnen op het picknickveld onze tenten opslaan en mogen gebruik maken van de kantine, keuken en wc's.
In het gezelschap van vissers en katten brengen we de rest van de avond door aan het vismeer.
Nog voor het krieken van de dag zijn de vissers al in de weer. Net als wij die de tent opbreken.
Ontbijten doen we voor de verandering in het vissershuis.
Als we de vissers en katten tot ziens hebben gezegd, zoeken we de Sava weer op.
Kilometers lang rijden we over de Sava-dijk aan de zuidkant van Zagreb. Van de stad is hier nauwelijks iets te merken. Alleen het grote recreatiegebied met sportvelden en roeibaan wijst erop dat we in de buurt van een stad zijn.
Als het (onverharde) pad eindigt, verandert deze heerlijk ontspannende rit helaas in één met zenuwslopend voorstedelijk geraas.
Gelukkig is de drukte van korte duur. Wanneer we Zaprešic achter ons laten, fietsen we weer 'buiten'.
Langs de flanken van de Krapinavallei volgen we de oude weg naar Zabok die ons regelmatig trakteert op flink steile (maar korte) hellingen.
Bij Oroslavje vinden we kampeerterrein van Nicola Brcko. Een plek met kundig zelfgebouwde voorzieningen in een 'terug naar de natuur' sfeer met uitzicht over de Krapinavallei.
Tijd om eens lekker uit te rusten van deze korte maar zware fietsrit.
Over een gloednieuw fietspad, fietsen we van Oroslavje naar Zabok. Vanaf daar
kiezen we de oude weg door de vallei van de Krapinica-rivier richting
Krapina. Aan weerszijden zien we de heuvels van Krapinska Gora, net als in de
verte voor ons.
In Krapina maken we een eerste tussenstop, bij het Neanderthal museum.
Hier wordt het leven van de neanderthalers uitgebeeld die in de grot vlakbij
gewoond hebben. We doorlopen zelfs de hele geschiedenis van de mens en de aarde via het tijdpad dat zich door het museum slingert.
Na Krapina wacht de beklimming naar de grens met Slovenië. Gestaag klimmen we
over de oude weg tussen de heuvels. Het autoverkeer neemt een andere route
waardoor we volop kunnen genieten van de omgeving.
De grenspost ligt, met het in gebruik nemen van de tolweg, nu op deze snelweg. Een weg waar wij als fietsers vast niet op mogen.
Gelukkig weet ik een onverhard paadje de grens over, waar we via de oude,
verlaten grenspost en een binnenweggetje op kunnen komen.
We fietsen al dalende over de landwegen in de vallei van de Rogatnica rivier
naar Ptuj. Voordat we naar de oude burcht in de stad gaan, slaan we onze tenten
op, op één van de vreselijkste kampeerterreinen van deze tocht (en van Slovenië), Kamp
Terme Ptuj.
De oude Burcht, Ptujski Grad, ligt boven op een heuvel die uitkijkt over de
omgeving. Deze heuvel zou al sinds de oudheid bewoond zijn en is in de loop van
de eeuwen uitgegroeid tot een vesting. Ptuj is dan ook de oudste stad van
Slovenië.
Tegenwoordig is de burcht een museum waarin ook de geschiedenis van de plek en de omgeving
uitgebeeld is.
De lucht betrekt en de wolken zorgen voor 'n regenachtige ochtend, hier in Ptuj.
Wanneer om tien uur de laatste druppels zijn gevallen, gaan we op pad.
We fietsen de Drava af tot bij Ormož, het (handels)centrum van het Sloveense wijngebied.
Door de heuvels met wijngaarden maken we de doorsteek van Drava naar Mura. We volgen, licht meanderend, de zachte glooiingen van de route.
Bij Ražkirje zoeken we de hoge weg langs de Mura die ons nog een stukje door Kroatië voert om bij Sveti Martin aan de Mura te komen.
Door de bossen van dit grensgebied kruisen we de rivier om tenslotte tussendoor de weilanden bij Lendava - ons vertrekpunt - aan te komen.