We nemen afscheid van onze vriendelijke boer. Onder het teruggeven van de spade kletsen we nog gezellig wat. Nadat we allebei anderhalve zin over onze lippen hebben gekregen is de gespreksstof op waarmee het moment is gekomen dat we weer op pad gaan.
Met een goede reis toegewenst vervolgen we onze route over bospaden, karresporen en bonkige stenen. Waar het bos plaats maakt voor weiden verdwijnt ook de schoonheid van de route.
Net als ik besluit om een andere route te kiezen krijgen we verharde fietspaden voorgeschoteld waarover we autovrij rond en door de agglomeratie van Stockton kunnen rijden. Behalve dat bij de paden (voor het eerst) de kuilen ontbreken, zijn ze helaas ook zonder zinvolle bewegwijzering zodat het vinden van de juiste route een nieuwe uitdaging oplevert.
Voorbij het mooie stadje Yarm deinen we mee met het landschap richting de Yorkshire Moors. Eenmaal bij Swansby rijden we erin, althans er tegenaan. Omringd door steile heuvels, langs beekjes en weiden met schapen die afgewisseld worden door bossen, klimmen we omhoog.
Steiler en steiler loopt de weg, totdat Tomas denkt dat hij achterover kiepert net voordat even later mijn achterwiel de geest geeft. We duwen de fietsen naar boven waarna we heuvel af naar Osmotherly zoeven.
Mijn achteras lijkt gebroken. Er zit niets anders op dan over de doorgaande weg naar Northallerton te fietsen. Als het achterwiel het maar vol houdt.
Eenmaal in het stadje aangekomen worden we zo als zo vaak hier in het Enge Land precies goed doorverwezen. We komen bij de wielerzaak van Steve uit. Hij kan niet wachten om aan de slag te gaan. In ‘n mum van tijd heeft hij m’n achterwiel ontvlochten en met een nieuwe naaf weer ingevlochten. Binnen 45 minuten staat mijn wiel weer gemonteerd in de fiets. Een nieuwe wereldrecord?
Ik vraag me af wie wie nu gelukkig heeft gemaakt met deze uitdagende klus.
Voordat we vertrekken schetst hij me de meest autoluwe route naar Thirsk. We gaan op pad.
De route naar Thirsk bleek inderdaad een mooie. Eindelijk fietsen we, net als bij Swansby en Osmotherly door karakteristieke Engels dorpjes.
Bij Thirsk, het stadje van James Herriot, hebben we moeite om het kampeerterrein te vinden. Eenmaal gevonden, blijkt het terrein nog gesloten en de eigenares niet thuis. We kamperen glad allenig in de weide, met de vogels als gezelschap.
In de miezerregen breken we op en gaan we op pad. Kronkelwegen, glooiende landschappen, kleine dorpjes, vierkante kerktorens. Het begint steeds meer op Engeland te lijken. Dat vinden de benen ook. Over schaars bereden wegen draaien ze de pedalen rond alsof het niks is.
Vanaf Helperby nemen we de Road Closed Ahead, een weg die we helemaal voor onszelf hebben. Over kleine landweggetjes slingeren we verder richting York. Nadat we eerst de vallei van de Swale volgen komen we na de Ure bij de Ouse. Eenmaal bij de rivier brengt het fietspad ons langs de woonboten aan het museumpark en uiteindelijk tot bij het Millenniumpark.
De kampeerterreinen die we hier vinden, blijken alleen voor kampeerwagens of zijn zelfs zonder sanitair (een soort betaalde bivakzones?) waardoor we uiteindelijk in Acaster Malbis een kampeerterrein vinden, vanzelfsprekend wel aan de rivier de Ouse.
Al snel zijn we op de fiets in York waar we als eerste Clifford’s Tower bezichtigen. De Toren staat op een heuveltje en kijkt uit over de stad. Het heuveltje lijkt al vanaf de vroegste tijd in gebruik. De toren heeft in de loop van de eeuwen dienst gedaan als verdedigingswerk, koninklijk verblijf, bestuurscentrum, gevangenis en toeristische attractie.
Vanaf de Toren zien we het kasteelmuseum. Onze volgende halte. Een kasteel is er niet meer, het museum is gehuisvest in de voormalige vrouwengevangenis. Een tentoonstelling over het kasteel is er ook niet. Wel verschillende tentoonstellingen over hedendaagse geschiedenis.
Inmiddels brandt buiten de zon erop los wanneer we naar het museumpark fietsen waarin het Yorkshire museum ligt. Hier leren we over de geschiedenis van York. Van dino’s, founding fathers, Romeinse tijd, de Viking periode tot het Tudor tijdperk. Een museum dat net als de Toren een bezoekje waard is.
De zon brand erop los deze ochtend. In stralend weer fietsen we de Solar System Cycleway, tegelijk een deel van de Trans Pennine Trail, richting Selby. Tussen de bomen op een oude spoordijk zoeven we over het asfalt.
Binnen een mum van tijd zijn we bij Selby, van waar af onze route over onverharde wegen, over polderwegen en over voetsporen in het gras loopt. Samen met het vee en de vogels - die zich verstopt houden - hobbelen over het gras totdat we de vogelkijkplaats en het natuuragentschap van Barmby on the Marsh tegenkomen. We parkeren onze fietsen en nemen er de tijd voor om in deze omgeving uit te rusten.
We zetten onze route voort door dorpjes waarin voor de verandering alle muren van de huizen nog heel en de tuinen onderhouden zijn. Hoe zuidelijker we komen hoe welvarender het lijkt te worden.
Eenmaal Goole voorbij - we zijn inmiddels in Lincolnshire - fietsen we een deel van het Groene Eiland rond. Door kleine gehuchtjes waar de kerk en begraafplaats groter zijn dan de rest van het dorp tezamen. Het land is hier plat en één en al akkerland en moeren.
Onze middagpauze houden we bij het Blackstoft natuurreservaat.
Wanneer we dit Groene Eiland verlaten, fietsen we onderlangs de rivierdijk van de Trent naar onze bestemming van vandaag: Zonnebloem Park. Een kampeerterrein met dieren(-opvang) en verder alles wat kinderen leuk kunnen vinden.
Op deze vrijdagmiddag - het weekeinde begint - stroomt het terrein vol met kinderen die hun ouders meenemen op kampeerweekend.
We laten de dieren en kinderen van Sunflower achter en sluipen op onze fietsen weg door het licht glooiende landschap. Smalle landweggetjes en kleine dorpjes met hun vierkante kerktoren en begraafplaats midden in het dorp. Kan het nog Engelser?
Voordat we er erg in hebben bereiken we de rivier de Witham die door het voormalig veengebied stroomt. Tegenwoordig is het veen ontgonnen, drooggemalen en heeft plaats gemaakt voor akkers waarboven de rivier uitsteekt. Op het fietspad erlangs hebben we weids uitzicht.
In Woodhall Spa is het een drukte van jewelste. Er is een 1940’s festival weekend met alles wat je kunt bedenken uit die tijd. Net als we door het dorp fietsen, vliegt er een gevechtsvliegtuig uit een ver verleden over.
Uiteindelijk slaan we onze tent op vlakbij Kirby, op het mooie CCC kampeerterrein van Woodhall Spa, waar de rust even overweldigend is als de drukte in het dorp.
In alle rust laten we Woodhall Spa achter en zoeken onze weg terug naar de Witham rivier. Eenmaal in de Hollandse Venen van Lincolnshire fietsen we over rechte polderwegen met bomen en sloten erlangs. Hollanders hebben in vroegere tijden dit veengebied bedijkt, drooggelegd en voor landbouw geschikt gemaakt. De vele Nederlands aandoende plaatsnamen herinneren hier nog aan, zoals de naam van de streek, ‘South Holland’.
Bij de kerk van Kirton houden we, omringd door oude grafstenen, onze ochtendpauze. Wanneer we het stadje uit rijden, fietsen we door een landschap dat erg aan het polderlandschap van Zuid-West Nederland en West-Vlaanderen doet denken. Voorbij Seadyke en Fosdyke steken we de Welland rivier over. We doorkruisen voormalige moerassen van South Holland totdat we bij Gedney Broadgate een pareltje van een kampeerterrein vinden, Laurel Park, als voor fietsers bedacht.
Om half zes staan we op om, om zeven uur op pad te gaan. Daarbij steken we een stuk van de geplande route af en fietsen via South Holland Bridge zodat we voor het heetst van de dag in de bossen kunnen zijn.
Door het vroege tijdstip moeten we het drukke woon-werk/school verkeer voor lief nemen.
Eenmaal in King’s Lynn fietsflaneren we langs de kade en de havens en vervolgens door de binnenstad waar we een bezoek brengen aan Waterstones.
Over de fietspaden van Lynn komen we op de weg tussen de bossen naar Castle Rising. De kasteelruïne hier kennen we nog van een vorig bezoek en laten we daarom deze keer rechts liggen.
Verderop in de bossen vinden we het kampeerterrein van Sandringham. Vlakbij het koninginlijk buitenverblijf. Voor half twaalf draaien we het terrein op. Nog voor het heetst van de dag, het zou tegen de 40°C worden, staan de tenten in de koninklijke bossen.
Behalve door kampeerders werd dit terrein bevolkt door eekhoorns die dan weer op de grond scharrelden en dan weer de boom in schoten als er een tweevoeter in hun buurt kwam.
De hemel is bewolkt, de wind gaan liggen, hier in Sandringham. We fietsen op gepaste afstand van de Koningin door de bossen. Glooiend op en neer gaan de wegen, zo achter de kust van Norfolk. Ze liggen ook nog eens lager dan het omringende land en worden geflankeerd door hagen.
We genieten van het fietsen op de stille landwegen. Daar zijn we niet alleen in. Nergens op onze route hebben we zoveel fietsers gezien als hier. We rijden dan ook door de mooiste streek, ook om te fietsen, van Engeland die ik ken.
In Binham stoppen we bij de kerk met kloosterruïne. Ooit een bepalend klooster voor de hele omgeving, resten er nu slechts restanten van het eens imposante bouwwerk.
Door de bossen vervolgen we onze route, op en neer, linksom, rechtsom. Tot we uiteindelijk bij het kampeerterrein van West Runton uit komen. Een plek waar ik om nostalgische redenen graag nog eens kampeer, maar bovenal is het alweer een mooie plek zo tussen de bossen tegen de heuvels langs de kust.
Met een straffe noorderwind in de rug heuvelen we vanaf Cromer langs de oostkust van Norfolk. Met dan weer uitzicht op zee, dan weer tussen de bossen. Dan weer heuvel op flink op de pedalen duwen om vervolgens weer heuvel af te freewheelen.
We zien vuurtorens in elk kustdorpje net als de pub en de vissersboten. In Sea Palling, het laatste kustdorpje voordat we de Broads insturen, genieten we onder aan de duinen alvast goed van de rust en ruimte onder het genot van vers gebakken donuts.
We rijden tussen velden, rivieren en plassen van de Broads, passeren Horsey Windpump en kruisen de rivier de Bure. Rietkragen, water en plezierboten zijn alom aanwezig.
We eindigen deze rit aan de Yare bij Reedham Ferry, waar ik in de inn uitbundig begroet wordt met ‘Hey darling’, weer eens wat anders dan ‘love’ en ‘pet’ zoals in het noorden.
Over de Broads hangt een witte deken van de mist op de vroege ochtend. Als we vertrekken, steken we de Yare over met de Reedham Ferry, een pontje dat met de ketting wordt voortgetrokken. Door glooiend boslandschap fietsen we verder.
Bij Beccles rijden we Suffolk binnen. We fietsen even later recht op de imposante toren af. Net erlangs vervolgen we onze route door dit mooie landschap met bossen, weiden en vele rondingen.
Bij Winsmere, een natuurreservaat met voornamelijk vogels, verlaten we de verharde weg om door de bossen te fietsen waarna we even later bij de ruïne van Leiston Abbey onze middagpauze nemen.
We besluiten om door te fietsen naar Harwich, de nachtboten zijn volgeboekt, wat een verandering van plan vraagt. Fietsgenieten doen we op tempo om op tijd bij alle pontjes over de riviermondingen, waarvan dit deel van Suffolk er vele heeft, te zijn.
Bij het eerste pontje zie ik tot mijn opluchting dat er een buitenboordmotor aan zit, anders dan op de website waar een roeier de boot naar de overkant brengt.
Ruim op tijd komen we bij Felixtowe. We zwerven op ons gemak door het centrum en langs het strand. Bij de kade nemen we een welverdiende pauze terwijl we wachten op het veerbootje naar Harwich. Deze blijkt het strand op te varen waarna we met fietsen en al aan boord moeten klimmen.
Nadat we de baai over gevaren zijn en vervolgens onze laatste omzwervingen langs de Engelse Oostkust, slaan we onze tent op in Ramsey bij de Castle Inn.
Met het krieken van de dag breken we op voor de laatste rit van deze fietstocht. Afgelopen nacht is het veldje achter de inn volgestroomd met kampeerders die vast met de boot gekomen zijn of net als wij gaan vertrekken. Over de nu nog stille straten van Harwich fietsen we naar de veerboot die ons naar Hoek van Holland zal brengen. Over een bijna vlakke Noordzee die bezaaid lijkt met windmolenparken varen we weg van de overburen.
Rond een uur of zes ‘s avonds stappen we in Hoek van Holland op de fiets voor het laatste stukje van de rit. Over een fietspad waar de Engelsen jaloers op zouden zijn, rijden we langs de Nieuwe Waterweg. Met de wind in de rug fietsen we heerlijk door de bosrand langs de rivier.
Bij Maassluis wacht ons de volgende veerpont. Net als we aankomen, kunnen we er op rijden om het water naar Rozenburg over te steken.
Langs de chemiefabrieken van de Botlek tot aan de brug over het Hartelkanaal, waarna we Spijkenisse doorkruisen om even later bij Hekelingen bij - inderdaad - de volgende veerpont te komen. Ook daar fietsen we meteen op.
We ronden ons klein rondje Noordzee af door al slingerend door het landschap over de ons bekende dijken, weer te eindigen waar we begonnen zijn.