Al vroeg ben ik wakker en na m'n ochtendritueel ben ik al om kwart over zeven op pad.
Door een brede vallei fiets ik richting het binnenland. Links en rechts van me strekken de olijfboomgaarden zich uit zo ver het oog reikt. Ik fiets hier ongetwijfeld door het hart van de olijventeelt.
Na een paar uur fietsen tussen de olijven rijd ik voor m'n eerste koffiestop het dorpje Asimi in. Juist vandaag is het daar marktdag. De straten staan vol met kraampjes waar zelfverbouwde groenten, zelfgemaakte kaas en nog veel meer aangeboden worden.
Kilometers lang slingert de weg zich door de vallei totdat bij Martha de weg serieus gaat stijgen. Langs alweer die knoeperts van bergen mag ik me uitleven.
Onderweg geniet ik van de uitzichten over het dal en op de half begroeide berghellingen.
Op de eerste top houd ik een spirituele lunchpauze bij een kapelletje.
Bij Ano Vianos mag ik me opmaken voor de beklimming naar het hoogste punt van mijn dagrit. Door de smalle straatjes en over het sfeervolle plein van dit dorpje dat tegen de berghelling ligt, kruip ik omhoog.
Een tijdje blijf ik op zo'n 700 meter hoogte fietsen vanwaar ik de kust ver beneden me kan zien. Het strand van Kerambos en de kassen van Arvi passeren me onderlangs.
De onvermijdelijke afdaling roept, zoals meestal, een euforisch gevoel bij me op. Luidkeels zing ik 'Born To Be Wild' van Steppenwolf terwijl ik naar beneden suis.
In een mum van tijd ben ik beneden bij Mirtos, een lieflijk kustdorpje dat ik al snel achter me laat, op weg naar Ierapetra.
Na een flitsbezoek aan de moskee en aan het Venetiaanse fort trap ik de laatste van de 135 kilometers door de tegenwind naar Koutsounari dat ik nog voordat de avond valt bereik.
Een plek voor de tent heb ik voor het uitzoeken op camping Koutsounari waar alles nog gereed gemaakt wordt voor de aanvang het toeristische seizoen.
Vannacht is er een stevige wind met flinke rukwinden opgestoken. Langs de zuidkust en met name op de oostkaap kan het flink waaien waardoor het, zeker met de rukwinden, te gevaarlijk is om daar te fietsen.
De weersvooruitzichten geven voor morgen storm en overmorgen zware storm aan.
Vermoedelijk kan ik op z'n vroegst op zondag verder fietsen.
Ik breng de dag door met wandelen op het strand en kletsen met medekampeerders. Het is vrijdag, het weekend begint waardoor het drukker wordt. Er zijn twee medekampeerders bijgekomen waardoor het aantal in één klap verdubbeld is.
Vannacht trok de wind pas echt aan om in de loop van de dag er nog een schepje bovenop te doen. Wind loeit door de palmen en olijfbomen, takken buigen door tot op de grond.
Schuimkoppen staan op de Libische zee, bijna wordt ik er ingeblazen als ik het strand op loop.
Vandaag is er geen mens op straat, er wordt binnen gewerkt. De eigenaar van het kampeerterrein brengt me met de auto naar de winkel, lopen en fietsen zijn te gevaarlijk met deze wind.
Hij vertelt me dat Ierapetra één van de plekken op Kreta is waar het geweldig kan waaien. Meestal duurt dit dan een paar dagen, soms een week. Iedereen is dan gestrand tot de storm gaat liggen.
Als ik in de eetruimte aan mijn middageten begin, komt de eigenaar even later met een zak verse komkommers, tomaten en paprika's voor me. Uit eigen kweek.
Hij vertelt me dat er 50 jaar geleden een Nederlander naar Kreta is gekomen die de plaatselijke bevolking heeft geleerd hoe groenten in kassen te kweken. Er staat een standbeeld van hem in Ierapetra. Terloops nodigt hij me uit om vanavond in de taveerne op het familiefeest (geboorte en trouwerij) te komen.
Tot overmaat van gastvrijheid biedt hij me aan om in één van de hutten te verblijven totdat de storm voorbij is en ik weer verder kan fietsen.
Bij het wakker worden merk ik dat de wind is gaan liggen. Zou ik dan toch naar Vai, het Bounty-palmenstrand, en de oostkaap kunnen?
Ik lees alweer de weersverwachting die nog steeds stormachtige wind aangeeft, pas vanavond zou de wind afzwakken. Het lijkt er echter op dat de wind eerder is gaan liggen.
Vol goede moed bepak ik mijn fiets en vertrek. Nog voordat ik het terrein af ben wordt ik al terug geblazen. De wind blijft bovendien op volle kracht door waaien.
Mijn voornemen om naar de oostpunt te fietsen moet ik voorlopig opgeven. Dan maar op de koffie bij de Zwitserse buren, Monika en Willi.
In de loop van de middag gaat de wind liggen en verandert het weer. Het wordt zomers heet, prachtig weer om in de heerlijk koele Libische zee te zwemmen. Een buitenkans die ik me niet laat ontglippen.
Enigszins geradbraakt door de luide muziek bij het huwelijksfeest in het naastgelegen restaurant afgelopen nacht, ga ik op weg richting de noordkust.
Ondertussen maak ik me zorgen over de rode vlek op mijn been die warm aanvoelt en langzaam verandert in een rode kring. Zou ik alweer, onopgemerkt, een tekenbeet hebben opgelopen?
Met een dubbel gevoel fiets ik weg. Met aan de ene kant de opwinding die opkomt bij de laatste ritten en aan de andere kant de teleurstelling omdat ik niet tot de oostkaap heb kunnen fietsen.
Via de doorsteek over de landtong kom ik bij Pachia Ammos weer aan de kust. Vanaf hier is de route, die langs de kust naar Agios Nikolaos loopt alweer een mooie.
Eerst nog kom ik bij de Minoïsche nederzetting van Gournia. De site is gesloten, Minoïers werken niet op maandag.
De weg draait verder langs de de ruwe rotskust waar telkens een baaitje of steile kloof opduikt.
Na de 'wetlands' en het mooie strand van Ammoudara stuur ik Agios Nikolas in.
In het stadje fiets ik kris kras kleine straatjes door om uiteindelijk bij het meer neer te strijken. Onder het genot van een cappuccino heb ik een gezellige babbel met de uitbaatster. Zo vertelt ze me dat eens duikers het meer in gegaan zijn en zelfs op 75 meter diepte nog geen bodem hebben kunnen zien.
Vanaf Agios Nikolaos volg ik de oude weg waarop ik vrijwel alleen ben met het landschap om me heen. Struikgewas groeit over het asfalt, geiten rennen voor me uit.
Het asfalt baant zich kronkelend een weg langs en over de bergen. Dit is fietsgenieten van de bovenste plank.
Als later het struikgewas plaats maakt voor, ja alweer, olijven, waan ik me als Popeye in Wonderland.
Na de laatste heerlijke beklimming over mijn smalle slingerweg daal ik in één ruk af naar Sisi waar ik net voorbij het dorpje het kampeerterrein vind.
Na 78 kilometer staat mijn tent op Kostas' Sisi camping. Onder welk soort bomen ook alweer? Juist ja.
Het Lasithi plateau roept me. Sneller dan anders heb ik de tent ingepakt en de fiets beladen. Na een korte aanloop langs de kust begin ik aan de beklimming. De weg loopt met een grote zigzag langs de berghelling vanaf de kust omhoog. In de verte zie ik de hoge bergen waar nu, in de vroegte, nog een wolkendeken op ligt
Na een uur zit het eerste deel van de beklimming erop. In Moches neem ik een eerste rustpauze op het dorpsplein met de karakteristieke kerk voordat ik aan het tweede deel, naar het plateau, begin.
Vol nieuwe energie van de kadaify kan ik er weer tegenaan. Over de kasseienstraatjes fiets ik het dorp uit.
Het tweede deel van de beklimming is weer schitterend. In plaats van langs een kale bergwand fiets ik nu door groene bergen naar boven. De weg stijgt onregelmatig en draait in alle bochten rond de bergen met altijd uitzicht op de bergpas boven me en de valleien onder me.
Ruim voor de middag zit de beklimming erop. Eenmaal boven fiets ik eerst de Lasithi hoogvlakte rond.
De hoogvlakte lijkt een aaneengesloten verzameling akkers met daarop de kenmerkende windmolens waar Lasithi om bekend staat.
Op mijn rondrit kom ik door kleine dorpjes met nauwe straatjes. Deze laatste horen hier kennelijk bij de openbare ruimte. De tafels en stoelen van het café, waar de mannen zitten om hun koffie te drinken, staan midden op straat, net als de stoel waarop een vrouw voor haar huis zit. Verkeer sneller dan een ezel is van een andere tijd.
Anders dan aan de kust zie ik hier de vrouwen in zwarte kleding met zwarte hoofddoek. De mannen met hun zwart krullend haar en zwarte volle baard lijken zowat half stier. Tijdens de middagpauze van de lagere school zie ik alle twaalf kinderen op het plein spelen.
Bij Psychro bezoek ik de Dikti grot, ook wel de grot van Zeus. Om er te komen mag ik eerst nog naar 960 meter klimmen, het eerste stuk op de fiets. Daarna te voet.
De grot heeft de vorm van een diepe put waarin het druipsteen een verscheidenheid aan vormen heeft gemaakt. Het bezoek lijkt vooral een uitstapje dat reisorganisaties tegen de verveling verzorgen. Van dat laatste heb ik als fietser weinig last.
Daarentegen bezorgt mijn grottentocht me een geweldig uitzicht over de hoogvlakte, die omringd wordt door hoge bergpieken waarvan sommige nog zelfs met sneeuw bedekt zijn.
Na mijn voettocht vervolg ik mijn rit rond het plateau waarvan het noordwestelijke deel vooral natuurgebied is dat overgaat in schapenweide. Net als ik dat zie passeer ik twee schapenscheerders die aan het werk zijn. De schapen klitten samen, zo ver mogelijk van deze coiffeurs vandaan.
Mijn afdaling vanaf Lasithi gaat, deels langs dezelfde weg, in één keer naar zo'n 250 meter. Binnen 20 minuten ben ik beneden.
Ik zoef door Gonnies, een dorpje dat onderaan tegen de berg ligt, en ben voor ik er erg in heb Avdou gepasseerd.
Vanaf Avdou loopt de weg langs een nieuw aangelegd stuwmeer. Veel water staat er nog niet in waardoor ik zicht krijg op het verlaten dorp dat wellicht binnen een paar jaar onder water zal staan.
Na wat doortrappen kom ik bij Chersonisos terug bij de kust. Een tientallen kilometers lange brede strook langs de kust is hier volgebouwd. Het ene, nu nog vrijwel lege, (vakantie-)dorp volgt op het andere.
Bij Gouves stuur ik naar de kust om langs de zee de laatste paar kilometers naar het kampeerterrein in Gouves, Creta camping, af te leggen. Waarmee een eind komt aan deze 95 kilometer lange bergrit.
Op de nog vroege ochtend vervolg ik de kustweg van gisteren naar Iraklion. Via het vliegveld, waar ik zie dat mijn fietsdoos nog steeds op de ' verstopplek' ligt, ga ik op Knossos aan.
Door de ochtendspits van de stad bereik ik voorbij het universiteitsziekenhuis het Minoïsche paleis.
Behalve ik is ook de gehele toeristische bevolking daarin geslaagd, zij het met de bus van de reisorganisatie.
In Knossos zie ik net als in Festos een rechthoekig vormgegeven theater. Opvallend zijn de roodgeverfde zuilen evenals de 'reconstructies'.
Het paleis heeft een veelvoud aan kamers met artefacten, de plattegrond is nog te zien aan de restanten van de muren. De meeste artefacten bevinden zich echter in het archeologisch museum in Iraklion.
Als de drukte me teveel wordt, fiets ik weg, terug naar de stad. Eerst langs de Venetiaanse wallen en wat later via de nauwe straatjes van de binnenstad naar het archeologisch museum.
De rijke Minoïsche geschiedenis, dit volk van Kreta was ooit het meest invloedrijke in dit deel van de Middellandse zee, is terug te zien in de overvloed van voorwerpen uit die tijd.
Mijn fietstocht over Kreta eindigt bij So Young Bed Station. Een gloednieuw hostel in de binnenstad van Iraklion dat sinds vorige week open is en waarvan sommige kamers nog worden ingericht.
Mijn laatste dag op Kreta breng ik door met het bezoeken van de Venetiaanse erfenis van Iraklion.
Hiervoor zoek ik het begin van de Venetiaanse ommuring aan de oostkant van de binnenstad.
Met een wandeling over de Venetiaanse wallen die rondom de binnenstad liggen, waarbij ik van bastion naar bastion loop, kom ik uiteindelijk aan de westkant van het centrum aan de kust.
Na het struinen langs de kust kom ik aan de oostkant van het centrum bij het van oorsprong Venetiaanse fort dat ik met een bezoek vereer.
Na deze voettocht wacht nog een heerlijke bio-organische falafel-pita op me, in de gezellige binnenstad van Iraklion.
Morgen zal ik naar het vliegveld fietsen, mijn fiets in mijn nu nog verstopte doos doen en me naar huis laten vliegen.