We vervolgen onze route over een niet al te breed, niet al te egaal en zeker niet al te overzichtelijk fietspad dat tussen de plassen ingeklemd ligt. Vergezichten over de plassen en de rust van een vroege zondagochtend zorgen voor een heerlijke atmosfeer. Halverwege het pad wordt de rust plotseling doorbroken door twee tegenliggers die in hoog tempo over het pad vliegen. Helaas hadden ze de mogelijkheden (beperkingen) van het pad niet helemaal goed ingeschat, waarschijnlijk niet aan tegenliggers gedacht en duidelijk niet de behendigheid om dit nog goed op te kunnen vangen. Gepiep, gegil en geschraap volgde.
Het groene Hollandse Midden leek vandaag extra zijn best te doen om een goede indruk op ons te maken. Langs de vecht was het tijd voor koffie met appelgebak. Het leek wel of we al op de tweede dag van de tocht een goed dagritme hadden gevonden (wat toch wel heel erg uitzonderlijk is).
Ondertussen had de rustige zondagmorgen plaats gemaakt voor een drukke zondagmiddag. Zo druk dat de uitzichten over Waterland en het Markermeer aan onze aandacht en aan die van het fototoestel voorbij gingen.
Na een stukje fietsen van 68 kilometer blijven we hier een dagje luieren aan en zwemmen in het Markermeer en ook maar wat sleutelen aan de fiets (zoals gebruikelijk de eerste paar dagen).
Na de rustdag, hop, richting Den Oever, onze fietsen hebben er weer zin in. We genieten van de vergezichten over de vroegere Zuiderzee en de Noord-Hollandse polders waarna in Medemblik het Kasteel Radboud zich aanbiedt voor een tussenstop. Volgens onze kaart hadden we langs de bollenvelden moeten komen maar de enige velden die wij zien zijn aardappelvelden.
Na ons bezoek aan het kasteel bereiken we via een kaarsrechte weg en onder een brandende zon (in Nederland?) later op de dag na 84 kilometer Den Oever waar we onder de fruitbomen een rustplaats vinden.
Diezelfde fruitbomen beginnen in de loop van de avond te suizen even later gaat het suizen over in loeien. Een straffe oosterstorm kondigt zich aan, uitgerekend op de dag dat we via de afsluitdijk naar Friesland willen oversteken.
En jawel de wind is ook de volgende morgen nog niet gaan liggen, windkracht zeven en witte schuimkoppen op het water. Twee uur lang links de dijk en rechts de tegemoetkomende auto's. Vol goede moed rijden we voluit tegen de wind op, met de hoop dat deze boven land minder sterk zou zijn en vooral niet meer pal tegen. Aan het einde van de Afsluitdijk stoppen we even voor ons elfuurtje, appelgebak met koffie.
Na deze rustpauze gaan we weer vol goede moed er tegen aan. Helaas neemt de wind in de loop van de dag toe en draait daarbij weer recht in ons gezicht. Genieten van het weidse landschap en de stralende zon maakt langzaam plaats voor kermen en piepen. Krom gebogen over ons stuur, (hoe sterk zouden deze eenzame fietsers zijn) vechten we tegen de wind om het Bergummermeer te bereiken. Hier willen we de volgende dag lekker uit rusten in de zon, even bijkomen na 92 kilometer tegenwind.
's Nachts om drie uur barst de bui los. Zo woest hebben we Toutatis nog nooit meegemaakt. Deze keer zal de hemel toch echt op onze hoofden neerstorten. Donderslagen die de grond doen dreunen met vrijwel tegelijkertijd lichtflitsen waar je zeker een minuut of vijf bij kan lezen!
De volgende ochtend neemt het onweer weer wat af. De hemel heeft het toch gehouden maar is kennelijk wel gescheurd (zeker niet van dezelfde kwaliteit als onze tent), het water blijft er met bakken uitgekomen. Maar toch, weer of geen weer een stranddag is een stranddag en van zwemmen wordt je anders toch ook nat, trouwens het regenwater is lekker warm.
Een dag later fietsen we Friesland uit en Groningen binnen, voor een korte rit van 59 kilometer. Lang de sluizen van Zoutkamp fietsen we naar de Groningse kust. Pittoreske dorpjes, koffie bij de herberg en oma die het levensverhaal haar dochter vertelt zorgen voor een mooi begin deze rit.
Om ook nog een blik te kunnen werpen op de Waddenzee besluiten we een stuk buitendijks te fietsen, na ongeveer tien hekken te hebben gepasseerd (die we steeds eerst moeten openmaken), gaan we toch maar weer binnendijks fietsen, tussen de schaapjes door.
De middag zou zeehondenmiddag worden. In het Zeehondencentrum van Pieterburen worden slachtoffertjes van onze welvaart door een team bevlogen dierenliefhebbers (gelukkig) weer in prima conditie gebracht.
Vanavond kamperen we eens lekker bij de boer, omringd door de bloemen achter het huis.(en: snaveltjes dicht en oogjes toe).
Al vroeg in de ochtend zoemt het asfalt al weer onder onze wielen door. Gewend als we zijn aan de drukte in de Randstad genieten we dubbel zo veel van de rust in dit deel van het land. Daar waar polders plaats maken voor bos en hei vinden we het Nationaal Rijtuigen Museum bij Kasteel Nienoord, een prachtig stukje Neo-Kitsch.
De rest van deze 87 kilometer lange route voert ons door de Drentse bos en hei, op zoek als we zijn naar de hunebedden. Misschien hebben we geluk en vinden we niet alleen everzwijn maar ook een gouden snoeimes.
Eerst nog moet een kampeerplaats gevonden worden. Het wordt een gezinskampeerpark (met zwembad). Tot onze verbazing is het personeel vriendelijk en het terrein rustig. Het is hier zelfs goed kamperen.
Borger, een rustdag om de hunebedden te ontdekken. Na een lange ingewikkelde speurtocht (de bordjes met 'hunebed' volgen) vinden we voor de ingang van het hunebedden-informatiecentrum uiteindelijk de lang gezochte steenformatie. Bij het informatie centrum worden we opgewacht door, jazeker, Obelix. Het blijkt overigens een razend interessant info-centrum.
Een rustdag als vandaag hebben we meestal nodig om van de inspanningen van de dagen ervoor te herstellen. In de loop van de jaren hebben we een regelmaat opgebouwd van twee dagen fietsen één dag rust. In de buitenste buitenbossen bleek dit noodzaak te zijn om de tocht vol te kunnen houden. In ons vlak en goed (eigenlijk overmatig) geasfalteerde Nederland worden we echter nauwelijks moe. Juist dit zal nog voor onverwachte problemen zorgen.
Tijd om de bossen achter ons te laten en de Drentse polders op te zoeken. We glijden langs rivieren, akkers en boerderijen. We zien blonde zoons en dochters met blauwe ogen. Langzaam verandert de rust in drukte. Drenthe wordt Overijssel, akkers worden pretparken, boerderijen worden horecagelegenheden. De Drentse boerenkinderen die zo onbezorgd op de weg speelden zouden hier in een mum van tijd tot 'plat-Drentjes' worden. De route langs de Vecht is ze‑VRROOOEEMM‑waard al zijn we niet de e‑VRROOOEEEMM‑at vinden.
We laten Ommen achter ons terwijl ik op de kaart kijk waar we vanavond onze tent op kunnen gaan zetten. Het is halverwege de middag en we zijn nog niet moe. Ik probeer in te schatten hoe ver we nog kunnen fietsen voordat we aan het avondeten willen zitten. Op dat moment zie ik dat mijn fiets-computertje het niet meer doet, de bevestiging van het spaakmagneetjes is kapot. Even afstappen, wat friemelen en weer opstappen. Ondertussen kijk ik of het ding weer werkt, kijk weer voor me en op het zelfde moment zie ik het. Annemiek was een meter of tien voor mij gestopt, in een flits zie ik hoe ik tegen haar aan fiets waarna ik tegen het asfalt klap. Nadat de eerste schrik een beetje gezakt is bekijken we de schade. Annemiek lijkt een vrij ernstige wond aan haar enkel te hebben, de tanden van mijn voorblad hebben een diepe snijwond achter gelaten. Gelukkig bleek het alleen een vleeswond te zijn.
Onder het stof en zweet (en bloed) verrassen we de eerste beste huisarts die we konden vinden met ons bezoek. Beetje bij beetje zakt de schrik en de besluiteloosheid. We zetten onze tocht voort naar een kampeergelegenheid een kilometer of twintig verderop, na uiteindelijk 102 kilometer. Temidden van de Sjonnies en Anita's zetten we de tent op, we wanen ons weer even thuis.
Maar hoe kon dit nu gebeuren. Met vijftien jaar fietservaring in vrijwel altijd moeilijkere omstandigheden dan nu. Precies dit laatste zou daar wel eens alles mee te maken kunnen hebben. De hele fietstocht verliep zo makkelijk dat er langzamerhand een zekere nonchalance was ingeslopen. Volgende keer gewoon weer de rimboe in!
Na wat wikken en wegen of het verstandig zou zijn om verder te fietsen besluiten we de tocht vandaag direct voort te zetten. Zo ver mogelijk weg van onze 'gezellige, campinggasten.
Een uurtje fietsen en twee paracetamols later blijkt Annemiek geen enkel probleem meer te hebben. De klap op mijn hoofd lijkt echter harder aangekomen dan ik gedacht had. Ik zal de komende zes weken nog barstende koppijn houden. Nog een uur later en we laten de toeristische drukte achter ons. Bossen, weilanden, meertjes, slingerdijken en veerpontjes wachten ons op.
Berg en Dal, ons einddoel van die dag, komt steeds dichter bij. De enige serieuze helling van onze fietstocht komt langzaam op ons af en even later loopt onze route over het enige stuk onverharde weg van de hele tocht. Normaal geen probleem, maar vanwege de beschadigde enkel wordt de dag, na 94 kilometer fietsen, maar afgesloten met een voettocht op zoek naar een kampeerterrein. Het kampeerterrein blijkt niet al te moeilijk te vinden, iets te eten des te meer. Geen winkels, restaurants gesloten. Uiteindelijk kunnen we na enkele uren onze voorraden aanvullen in een rijdende (super‑)markt.
Morgen gaan we naar Afrika.
Het buitengedeelte van het Afrika museum bestaat uit een aantal woonhuizen/nederzettingen van een aantal verschillende (West‑)Afrikaanse culturen. Door de zon, de temperatuur en het genot van wat Afrikaanse hapjes met palmwijn wanen we ons daadwerkelijk weer even in Afrika. Dit wordt een middagje met volle teugen (en weemoed) genieten.
De volgende dag zoeven we (met de potentiële energie die we enkele dagen geleden hebben opgebouwd) Limburg binnen. We slingeren langs de Maas, waar we op sommige huizen het waterpeil van de afgelopen winter nog konden aflezen.
Zoals elke dag stoppen we rond een uur of elf om neer te strijken op een terrasje waar we de dorst laten zien wie er hier de baas is. Na een stuk of vier gesloten deuren besluiten we dat Limburgers en Brabanders pas na drie uur 's middags dorst krijgen, gezien de openingstijden van de uitspanningen.
Het vervolg van de route loopt door de Mariapeel en is een erg mooie. Het is hier weer volop genieten van de rust en de natuur. Zo mooi als echter het eerste deel van de route is zo ongelukkig blijkt de keus voor het laatste deel. De keuze voor de kortste route wordt meteen afgestraft door jakkerende automobilisten. Natuur en rust veranderen plots in herrie, stank en drukte. Hiermee wordt één van de hoofdregels voor de fietstrekker ons nog eens goed onder de neus gewreven: 'de kortste route is vrijwel altijd de slechtste'.
De kerk en de pastorie van het Brabantse Leende vormen het decor voor het eerste familiebezoek van de tocht. Bij het binnenrijden van het dorpje ontdekken we een fietsmuseum(pje) dat we vanzelfsprekend 's avonds bezoeken. Later op de avond brengen we ook een bezoek aan de mooie zestiende-eeuwse kerk.
De volgende dag volgt echter de mooiste excursie: de (onbeschreven) 'abdijbierentocht'. Bos, hei, akkers, grenspalen en kloosters maar vooral vele soorten bier. Met gloeiende wangen komen we weer terug op ons logeeradres.
Vanuit Leende fietsen we verder richting Noordzeekust. Daarbij passeren we zo ongeveer elk uur de Nederlands-Belgische grens (en omgekeerd). We zijn vandaag voorbereid op een flinke drukte. Het is zaterdag en mooi weer, een ideale dag om met de heilig koe over de polderwegen te tuffen, genieten en verpesten van het landschap tegelijk. Afgezien van bij het doorkruisen van Baarle-Hertog blijkt deze verwachting (gelukkig) in de verste verte niet uit te komen.
De tocht van vandaag wordt werkelijk één van de mooiste. De bossen en de hei, zelfs de mensen op fiets, ademen rust uit. Heel anders dan in het oosten van het land waar het in de weekeinden op de fiets zelfs file rijden was over de bobbelige bos-fietspaden.
Vandaag was het echt 112 kilometer lang voor 110% genieten, zelfs al is het kampeerterrein een woonwagenkamp van randstedelingen waar zelfs Anita en Sjonnie niet naar toe zouden willen.
Na het eten wil Annemiek dan ook een stukje wandelen, even naar het (volgens haar) vlakbij gelegen Bergen op Zoom, kunnen we meteen even langs de geldautomaat. Bergen op Zoom blijkt ruim twee uur lopen te zijn en de bus die ons terug zou kunnen brengen is die dag al vertrokken. Even na elven 's avonds zijn we weer terug bij de tent.
Op het moment dat we Zeeland binnen fietsten krijgen we (hoe kan het ook anders) een fikse tegenwind voor onze kiezen. Dat het daarbij benauwd en zelfs mistig is maakt deze dag er één om iets sneller te vergeten dan de andere. Gelukkig duurt de rit maar 50 kilometer.
Tijdens een korte stop worden we begroet en zelfs gekust door een kudde koeien. Wat een gekke beesten denken ze en wat hebben ze toch allemaal aan die fiets hangen?
De volgende dag is de mist en de benauwdheid gelukkig weer verdwenen. Voor het eerst maken we een ritje in het stoomtreintje tussen Goes en Borsele, vooral met de neefjes en nichtje is het leuk in de trein (ja, alweer familiebezoek).
We zetten de smokkelroute van twee dagen terug voort door Zeeuws-Vlaanderen. En het wordt ook vandaag weer een mooie. Na slingeren langs kreken, dijken en grenspalen eindigden we deze dag dicht onder de kust. Komende dagen (de laatsten van onze fietstocht) gebruiken we om eens lekker te genieten van zee, zon en strand. In plaats van in de 'gezellige' familie‑vakantieparken langs de kust overnachten we hier bij onze eigen familie.
Uiteindelijk wordt het toch weer tijd om op te stappen voor de laatste etappe. Via de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust naar Rotterdam.
Zo druk als het vlak achter de duinen is zo rustig is het zo'n kilometer of vijf landinwaarts. Genoeg polderwegen om er ook vandaag weer een mooie dag van te maken. Even later houden we een lunch-stop van zeker een uur op het strand, haast om thuis te komen hebben we niet echt. Met de lekke band die we krijgen (de eerste van de hele tocht) kunnen we zelfs nog wat meer tijd rekken.
Vlak voor Rotterdam verdwaalden we ook nog eens in het Clara Kinderbos. Gelukkig vonden we na niet al te lang zoeken de weg eruit zodat we nog voordat het donker werd onze eigen straat weer in reden. Uitpakken, was‑ en poetsbeurten stonden ons even later te wachten.