Eindelijk weer eens een nacht zonder herrie, heerlijk heb ik uitgeslapen tot wel half zes. 't is bijna jammer om hier weg te gaan.
Nadat ik afscheid van Pagel heb genomen ga ik op weg naar de Kaap. Ik fiets met een zachte bries in de rug de kust langs. Even later fietst een wielrenner uit Stellenbosch een stuk met me op. We kletsen al fietsende, zelfs over de WK voor medici waar we allebei ooit aan mee hebben gedaan. Ik leer meteen dat hier de grootste variëteit ter wereld aan fynbos groeit.
Vanaf Rooiels fiets ik over de mooiste kustweg van Zuid-Afrika. 'n Steile, bochtige rotskust met fantastische uitzichten en baaien na elke klif die in zee steekt. De grootste en mooiste baai is Kogelbaai. Op een weg bovenlangs de baai zie ik een diep blauwe zee met hoge bergtoppen die er als een kom omheen liggen.
Nog vroeg in de ochtend bereik ik Gordonsbaai waar de dag op de terrasjes langzaam op gang komt. Ik rijd er langs de haven en als van zelf kom ik bij Die Strand waar ik langs de duinen fiets. Hier op het strand heb ik vroeger met de kinderen de Kaapse Dokter meegemaakt, een wind vanuit zee die alles wat los (en vast?) zit het land in blaast en voor een zandstorm op het strand zorgt.
Na de boulevard van Strand vervolg vervolg ik mijn route richting Kuilsrivier, zoals Pagel me aanraadde. Aan weerskanten wordt ik begeleid door wijnvelden. Als ik eenmaal weer richting de kust van Valsbaai fiets zie ik na de laatste wijnvelden een wielrenner met materiaalbreuk staan. Ik houd hem gezelschap totdat de hulp verschijnt, ongerust zoals hij naar eigen zeggen is omdat hij vlakbij Kayelitsha staat. Tsja zwarte mensen in krottenwoningen, dat vinden sommige mensen maar erg bedreigend.
Bij Kayelitsha zie ik zelfgebouwde winkeltjes die iets weg hebben van die op het Afrikaanse platteland. Verderop staat een vader met zijn zoontje hout te hakken van een miezerig boompje. Ze moedigen me aan, ik stop en geef de jongen wat snoepjes voordat ik door de duinen richting Muizenberg fiets.
De (Baden Powel) weg door de duinen is schitterend maar nu lastig te fietsen door de rukwinden van zij. Geschuurd en vol met zand door de wind in de duinen, bereik ik Muizenberg. Hier bezoek ik eerst het kampeerterrein bij Strandvlei, dat ik nog ken van vroeger en maak dan een rondje door het dorp en over de boulevard.
Aan de rotsige kust voorbij Muizenberg, in St. James bij Octopus Garden stop ik voor een lekkere lunch. Als ik aan kom fietsen doet de juffrouw de deur al voor me open zodat ik met mijn fiets naar het terras kan.
Bij Octopus Garden klets ik nog wat met de enthousiaste jonge eigenaars. Doordat ik zo vroeg op pad was heb ik alle tijd. Als ik uiteindelijk vertrek, fiets ik de bebouwde mooie kust langs naar Vishoek om van daar het Kaapse Schiereiland, waar ik inmiddels op fiets, door te steken naar Noordhoek.
Na 104 kilometer staat mijn tent onderaan Chapmans Peak.
Chapmans Peak kampeerterrein is er een zoals geen ander. Allerlei boerderijdieren lopen er vrij rond, eenden, kippen, ganzen, noem maar op. Verder zijn er ook nog paarden, duiven en een schildpad. Vanochtend scharrelden er gewoon een stel varkens rond m'n tent.
Verderop staan er zelfgemaakte speeltoestellen, gemaakt van oude materialen, waar de kinderen een aantal jaren geleden toen we hier waren, mee hebben gespeeld. Afgezien van de struisvogels die verdwenen zijn, lijkt alles nog als de vorige keer.
Door de vakantietijd zijn er meer bezoekers. Voor mij is gisteren een plekje vrijgehouden. De eigenaar wist al dat ik kwam en had me zelfs onderweg gezien.
Met al die medekampeerders leer ik over potjiekos maar ook over de zorgen van een medekampeerder, een Transvaler. Hij vraagt me of ik wel eens in het oosten ben geweest. Als ik vertel dat ik daar inderdaad een geweest, vertelt hij me dat het niet meer is zoals vroeger. Alle bezienswaardigheden zijn verwaarloosd.
Gisteren was het oudjaar, de jaarwisseling is haast ongemerkt voorbijgegaan. Deze nieuwjaarsdag gebruik ik om te luieren, te wandelen en kletsten.
Zo bezoek ik de beheerdster waarmee ik terugblik op vroeger, toen ik op mijn fietstochten vanuit Kaapstad na Suikerbossie al in de Kaapse natuur fietste. Tegenwoordig is vrijwel het hele Kaapse schiereiland bewoont. Zelf vertelt ze me hoe de stad is opgerukt en hoe ze, als ze van de stad kwam, na de Ou Kaapse weg helemaal buiten was. Hoe ze nu naar vakantie verlangt, maar ja de dieren hè.
De dag begint met regen en de lucht is overal grijs. Het zal nog even duren voordat ik op pad ga. Na achten wordt het droog, opbreken maar. Uiteindelijk rij ik om kwart over negen weg. Dan had ik eigenlijk al bij de Kaappunt willen zijn.
Eenmaal op weg lijkt het alsof ik nog steeds in de stad rij. 23 Jaar geleden was ik hier al op twee uur fietsen van de stad, nu eindigt de drukte pas na Kommetjie.
Ik rij langs de informele nederzetting waar Ilse ooit nog op de drum heeft gespeeld. Net na Kommetjie krijg ik een mooie klim, de mooiste van deze tocht tot nu toe, een kustweg als vroeger met de lage paaltjes als bescherming tegen het naar beneden storten. Bovenop kijk ik uit over Soetwater.
Na het geweldige uitzicht volgt een even mooie route. Tussen groene hellingen waarover zo af en toe mist vanuit zee omhoog rolt, passeer ik Scarborough. De weg draait van de kust de heuvelrug op.
Bijna 30 jaar geleden is het dat ik hier voor het laatst fietste. Toen onder het gekrijs van de bavianen in de bomen, nu valt de stilte op. Uiteindelijk voert de weg langs de ingang van het Kaap die Goeie Hoop natuurreservaat waar ik binnen fiets richting de kaappunt.
Ik kronkel met de weg richting de punt van het schiereiland. Onderweg krijg ik doorkijkjes naar mooie baaien en vergezichten naar indrukwekkende heuvels. Uiteindelijk daal ik af naar Kaap de Goede hoop, langs de struisvogel en de baviaan. De Kaap staat ook op het programma van hordes toeristen: vliegtuig-hotel-bus-kaap-bus-tafelberg-bus-hotel, Europese hoestgeluiden stijgen op uit de menigte. Er wordt bijna gemoord voor een foto.
Na mijn enerverende ervaring bij Kaap de Goede hoop fiets ik door naar het uitzichtpunt met de vuurtoren. Met een kabeltreintje kan ik omhoog om langs de steile rotswanden naar beneden te kijken of over zee richting Zuidpool. Even later vul ik bij het eethuisje mijn binnenkant voordat ik terug fiets.
Omringd door laag struikgewas en kale rotsen fiets ik het natuurgebied uit. Ik klim langs de file van bussen met toeristen. Buiten het natuurpark wacht een prachtige afdaling naar de oostkust van het schiereiland. Ik slinger tussen de bomen naar beneden totdat ik de nog steeds bochtige weg langs de kust volg. Een steile wand met bebossing links, een steile kust rechts en uitzicht over Valsbaai vormen het decor van de laatste kilometers naar Simonsstad.
Net voor Simonsstad, na zo'n 74 kilometer fietsen 'rond' de Kaap, kampeer ik op (het wat verwaarloosde) Oatlands, vlakbij de Boulders en de pinguïns.
Ik ontmoet Graham, Gillian en Emma en André die hier ook kamperen. Het is gezellig en ik blijf de hele avond op totdat ze, vlak na middernacht, kunnen zingen voor mijn verjaardag.
Deze ochtend neem ik eerst de tijd om de tent schoon te maken en in te pakken, waarschijnlijk voor de laatste keer deze tocht. Daarna is het tijd voor de pinguïns, en ja ze zijn er nog hoor. De pinguïns leven hier langs de kust in hun eigen natuurreservaat op 't strand tussen de Boulders, gigantische gladde keien.
In het bezoekerscentrum is van alles te leren en ontdekken over de pinguïnkolonie. Tijdens de wandeling over de houten kan ik de pinguïns bekijken. Ook het strand waar ze wonen is toegankelijk voor bezoekers. Hiervan heb ik nog een foto van Ilse die tussen de boulders en de pinguïns loopt.
Tegen het eind van de ochtend neem ik een duik in de zee. Na een afscheid van de Swarts ga ik op pad, nadat ik van Graham nog advies heb gekregen over de te rijden route.
De route begint met een klim naar Noordhoek (ja alweer). Na Noordhoek volgt Chapmans Peak. Van deze kant is de klim geweldig mooi, mooier dan - althans in mijn herinnnering - van de andere kant.
Na Chapmans Peak fiets ik over Suikerbossie, wat juist een vervelende klim is van deze kant af. Dan zie ik Kampsbaai, een nostalgies gevoel maakt zich van mijn meester.
Ik fiets via Kloofnekweg omhoog, eerst naar Stan's Halt, wat geen jeugdherberg meer blijkt te zijn maar een chique drink- en eetgelegenheid, dan verder omhoog naar de Tafelberg. Daar zie een wolk bovenop liggen en het is er bovendien nog druk ook. Omdraaien maar en een andere dag terugkomen.
In Fresnaye zoek ik Collin's vader op. Na wat kletsen ga ik op zoek naar een kamer. Ik fiets lekker over de boulevard van Seepunt totdat ik, in Groenpunt, na een korte maar intensieve rit van 57 kilometer, besluit bij het Dolphin Inn Guesthouse. Hier vanaf de boulevard voor het guesthouse kijk ik uit over de oceaan en volg met mijn ogen de kustlijn waar ik mijn fietstocht ben begonnen. 1487 Mooie kilometers zitten erop, een paar dagen in Kaapstad blijven over voordat ik naar huis vlieg (althans het vliegtuig met mij erin).
Al vroeg sta ik op om naar de tafelberg op te gaan. De eerste rit met de kabelbaan gaat om acht uur. Als ik er om half negen aankom mag ik meteen een uurtje wachten in de rij. Bovenop is het net zo mooi als altijd. Ondanks de wolk op de berg krijg ik toch adembenemende, al zij het mistige, uitzichten.
Ik wandel de hele tafelberg af van het meest westelijk puntje waar ik over Leeukop en Seinheuvel kijk, via de kleine kloof in het midden tot aan het meest oostelijke puntje bij Duivelspiek.
Op zo'n 1000 meter hoogte tuur ik langs de kust vanaf Kampsbaai, dan Houtbaai tot de vuurtoren bij Kommetjie. Dan via Constantia, Muizenberg en Simonsstad langs de andere kant. Ik kijk zo ver als ik kan maar helaas beperkt die kombers, de bekende mistige deken op de berg, het zicht tot halverwege het schiereiland.
Naar het noorden toe kijk ik uit over Tafelbaai en zie ik de hele kust tot Langebaan. Het lijkt zo dichtbij maar zo voelde het niet tijdens de eerste ritten op de fiets.
Als de deken van wolken plaats maakt voor een nog grotere deken van toeristen vind ik het tijd om de berg te verlaten.
Eenmaal terug in de stad bezoek ik de oosterse bazaar waar ik de inwendige mens verwen, zit ik ontspannen in het park voor het museum, kuier ik even later over St. Georges en koop ik toch maar iets op de Groentemarkt. Nog even naar het winkelcentrum bij de Waterfront en mijn dagje Kaapstad zit erop.
's Ochtends komt Graham langs met een lege fietsdoos, geweldig! De rest van de ochtend besteed ik dan ook aan het schoonmaken van de fiets, het vervangen van de versleten banden en tenslotte het inpakken van de fiets.
Nadien heb ik alle tijd om eens lekker over de boulevard van Mouillepunt en Seepunt rond te struinen. Golven slaan over de boulevard, kinderen spelen in de speeltuinen en mensen badderen in zee.
Natuurlijk ga ik ook nog een keer Kaapstad in. In het internetcafé probeer ik nog een keer om mijn bestanden van mijn Palm over zetten op mijn blog. Helaas zonder succes, de pc van het vorige internetcafé in de Langemarktstraat heeft het bestandssysteem om zeep geholpen.
Morgen wordt m'n laatste dag in Zuid-Afrika. Graham komt me dan om vier 's middags ophalen om me naar het vliegtuig te brengen.
Vandaag neem ik afscheid van Zuid-Afrika. Niet omdat ik hier graag weg wil, wel omdat mijn terugvlucht en mijn werk zo gepland zijn en mijn gezin op mij wacht.
Nog één keer wandel ik langs de kust. In dit gedeelte van Kaapstad, de westelijke buitenwijken, leeft elke voorbije periode van de Westerse cultuur nog een beetje voort. Hippies, surfers en alles wat er nog meer geweest is. Lekker om deze atmosfeer weer even te proeven. Het voelt goed om hier weer eens te zijn, toch is drie dagen Kaapstad wat te lang aan het eind van een fietstocht. Het verblijf is zelfs duurder dan de afgelopen drie weken bij elkaar, maar ik blijf hier dan ook op de mooiste plek die ik in de stad tegenkwam. Aan de boulevard van Mouillepunt, in het enige niet-hoogbouw guesthouse.
Niet alleen is het vandaag een dag van afscheid, van Zuid-Afrika, van Kaapstad, van de Swarts - die mij helpen met de terugvlucht. Ook is het een dag van vooruitzicht naar het weerzien met mijn kinderen die mij drie en halve week hebben moeten missen omdat hun pappa een stukje ging fietsen.
Even na vieren is Graham er. We rijden naar zijn huis waar de rest van het gezin erbij komt om mij weg te brengen en uit te zwaaien. Op naar huis.