Posts tonen met het label Langs die Tuinroete. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Langs die Tuinroete. Alle posts tonen

woensdag 20 oktober 1993

Tsitsikamma & Stormsrivier



Als we wakker worden valt er een miezerige regenbui. We zijn even besluiteloos, zullen we verder gaan of nog een dag hier blijven? Tracy denkt mee, zouden de fietsen op de auto kunnen? Beiden willen we liever verder gaan omdat we Tracy niet verder willen belasten, ze is tenslotte nog aan het herstellen van de operatie.

Het weer werkt gelukkig mee en de regenbui trekt in de loop van de ochtend voorbij en rond elf uur wordt het droog.
Uitgezwaaid door Tracy met de kinderen fietsen we verder. De honden lopen met ons mee en lijken van plan om ons naar Kaapstad te begeleiden. Toevallig komt de huishoudster van Tracy ons tegemoet en neemt de honden mee terug.

Het grootste gedeelte van de dag is het nog flink bewolkt maar in de loop van de middag breekt de zon door. De weg richting Stormsrivier is vrij vlak, wat het fietsen gemakkelijk maakt. Als vanzelf komen we vandaag een klein supermarktje tegen waar we wat te eten en drinken kopen. Als we de flesjes leeg geklokt hebben zien we dat de houdbaarheidsdatum al een jaartje of wat voorbij is. De smaak was nog wel goed.
De route is mooi, niet alleen rijden we langs de Tsitsikamma bergen, we rijden ook nog eens door de bossen. Een zonnetje breekt door, het woud wordt dichter. We passeren over stroompjes en rivieren totdat we de steile bochtige afdaling induiken naar de monding van de Stormsrivier. De afdaling is niet geheel ongevaarlijk maar geeft werkelijk prachtige uitzichten. We zien een rotskust met omhoog spattende golven. Het kampeerterrein ligt onderaan de afdaling aan de kust. We slaan de tent op pal aan de oceaan, de golven slaan boven ons uiteen.
's Nachts begrijpen we waar het plaatsje zijn naam aan dankt, het stormt hevig met flinke harde rukwinden, onweer en stortbuien. Ik ga eruit om de tent extra vast te zetten met de scheerlijnen. Onze tent houdt het gelukkig, de andere kampeerders hebben minder geluk, hun tenten waaien weg en ze brengen de nacht verder door in het washok.

donderdag 21 oktober 1993

Bobbejaan oppie pad



De dag begint droog, de tent is droog, nu moet de bewolking nog wegtrekken. Helaas hebben we ook vanochtend geen geluk met het weer. Als we uit bed zijn begint het te regenen, we wachten maar met opbreken. Het restaurantje op ons kampeerterrein schenkt een lekker kopje thee, met een ontbijtje en een uitzicht over de oceaan genieten we van de vroege ochtend. Op het gras zien we een soort kleine marmotten (klipdassies), er blijken er een heleboel te zijn. Dat is weer eens wat anders dan een koedoe of een hyena voor de tent die we in de Kruger hadden.

Als het eindelijke droog is vertrekken we, eerst met de fietsen achterin een bakkie want de klim is te steil om te fietsen. Dan zijn we op weg. De zon laat zich voorzichtig zien en we genieten weer van het landschap. We rijden over een nieuwe weg door de Tsitsikamma bossen, het blijkt een tolweg maar druk is die niet, tot nu toe hebben er zo’n vier auto’s ons gepasseerd. Als we de tolhuisjes naderen wordt er druk naar ons gezwaaid. We vragen ons af wat hiervan de bedoeling is, moeten we omdraaien?, betalen? Al snel begrijpen we dat ze willen voorkomen dat we over de sensoren in de weg rijden. We rijden er netjes omheen en vervolgen rustig onze weg.
Helaas begint het op deze dag rond de middag weer aardig te waaien.De wind waait, vanzelfsprekend, weer eens niet dezelfde kant op als die wij gaan. We komen in de buurt van Plettenberg en krijgen weer een onwaarschijnlijk mooie afdaling naar de Keurboomsrivier. Tijdens de afdaling steekt er nog een joekel van een bobbejaan de weg over, hij heeft weinig aandacht voor ons wij des te meer voor hem.
Eenmaal beneden zetten we de tent op bij het strand op een groot en bijna leeg kampeerterrein.
De winkel is al gesloten en we hebben onderweg geen inkopen gedaan. Er is gelukkig weer een aardige Zuid-Afrikaanse achterbuurman (de enige andere kampeerder) die ons vertelt waar we wel een winkel kunnen vinden. Vervolgens besluit hij dat deze te ver weg is om naar toe te lopen en dus geeft hij ons toch even een lift naar de winkel en brengt ons met de gedane boodschappen ook weer terug! Dat is hier toch heel normaal?

Zo vlak bij de monding van de Keurboomsrivier blijkt ook een grote muggenbevolking te leven, ze steken ons door onze kleding heen. We duiken de tent in. Morgen zou het eindelijk beter weer worden.

vrijdag 22 oktober 1993

Knysna en de Outeniqua Choo-Tjoe



We vertrekken richting Knysna. Het is vandaag inderdaad een mooie dag, de zon schijnt en we hebben wind mee. Natuurlijk beginnen we met een aardige klim, zodra we vanaf Plettenberg richting Knysna draaien. Bovenop is een padstal waar we wat drinken en kletsen met de uitbaatster. We praten wat over Israël, over mijn ervaringen daar en die van haar zoon in Eilat.
Na de stop fietsen we richting Knysna door een nog steeds mooi bossige omgeving. Het mooie van klimmen is dat er altijd weer een mooie afdaling wacht. Zo ook nu, met prachtige uitzichten over de baai van Knysna die wordt omsloten door heuvels met een nauwe opening naar zee.

Knysna ziet er aardig uit maar is erg toeristisch en een tikkeltje druk. We hebben gelezen dat er een oud stoomtreintje, de Outeniqua choo-tjoe hiervandaan naar Wildernis rijdt en laten we daar nou net naar toe willen.

Na de cheeseburgers (een toeristisch dorp heeft ook zo haar voordelen) zoeken we het treinstation. De conducteur lijkt weinig zin te hebben om ons te vertellen waar we onze fietsen kunnen laten in de trein. Als de trein bijna weg lijkt te gaan rijden besluiten we gewoon in te stappen en zelf een plekje voor de fietsen te kiezen.

We rijden zo'n twee uur door de bergen en langs de meren waar we onderweg worden nagezwaaid door mensen langs het spoor. We kletsen wat met mensen uit Stellenbosch die ook in de trein zitten. Ze vertellen over hoe mooi het is om in Stellenbosch te wonen en raden ons aan daar ook een kijkje te gaan nemen als we bij Kaapstad zijn.
Eenmaal in Wildernis aangekomen fietsen we net voorbij het dorp naar een mooi kampeerterrein, midden in een natuurgebied met palmbomen en water met riet. We staan met de tent aan een riviertje en zitten ook nog vrij dicht bij het strand en bij de meren.

zaterdag 23 oktober 1993

De meren van Wildernis



Vanuit onze tent kijken we uit op een rivieren netwerk met houten vlonders en een heleboel vogels die ik nog niet eerder gezien heb. Het is een mooi begin van de dag met, jawel de zon. Helaas heeft het weer in Zuid-Afrika tot nu toe niet uit hele zonnige dagen bestaan en ook deze dag verandert al snel in een flinke storm met regen.

We zien niet veel van de omgeving, geen strand of meren want ik ben ziek, rillerig en buikloop. Na een beker met O.R.S. van ril ik nog meer, van afschuw. Zo ben ik wel meteen beter want anders moet ik er nog één.

Ik bel rond om te vragen naar mogelijkheden voor een uitstapje naar Oudtshoorn. Dit blijkt lastig of duur (150 rand per persoon), inclusief lunch maar exclusief entree voor de grotten. De lunch willen we niet de grotten zien wel. Dus proberen we iets anders te bedenken, toch over de bergen ernaar toe fietsen?

zondag 24 oktober 1993

Struisvogels bij Oudtshoorn



‘s Morgens is het weer nog niet echt beter, het is bewolkt. Terwijl Annemiek gaat douchen vliegen de tassen de tent uit. Het is dan 6:30 uur en we blijken om 7:00 uur mee te kunnen met een busje van ‘Drifters’ dat ook op ons kampeerterrein staat. Ze gaan namelijk naar Oudtshoorn en daar willen wij ook naar toe, de chauffeur tevens reisleider vindt het geen probleem om ons een lift te geven. Gehaast pakken we verder in. We stellen ons voor aan de groep die bestaat uit 12 mensen, Duitse en Nederlandse toeristen. Het is wel een beetje proppen en onze fietsen staan in het middenpad maar het past en zo vertrekken we richting Oudtshoorn.

We rijden een mooie route door de bergen met flink steile hellingen. Over sommige bergen golven de wolken heen als golven in de zee.
We komen zo in de Kleine Karoo en even ten noorden van Oudtshoorn gaan we de Kango grotten in. Nauwe gangen, mooie druipsteen formaties, we kruipen rond door natuurlijke tunneltjes.
Na de grotten volgt de struisvogelboerderij. Behalve struiskuikens en struisvogels kijken kan je er zelfs op struisvogels rijden (en struisburgers eten).
Het vervolg van de rit voert naar Mosselbaai waar we vanaf de kaai in de verte een walvis zien zwemmen. De lift eindigt in Swellendam, dat was eigenlijk niet onze bedoeling, zo slaan we drie fietsritten over die we nu moeten missen.

We besluiten de dag met een kampvuur. Het eten dat de reisleider voor z'n groep had bleek bedorven. We delen onze boerewors.

maandag 25 oktober 1993

Swellendam



We blijven een dagje in Swellendam staan om het dorp eens te bekijken. Hier zouden we geen spijt van krijgen. Swellendam heeft een aantal oude gebouwen uit de ontstaanstijd van het dorp, een stukje Nederlands geschiedenis. Het dorp is zo'n beetje in Hollandse stijl op gezet en gebouwd. Er zijn zelfs sloten gegraven om (het hier schaarse) water door het dorp te leiden.
Als we het dorp in lopen worden we vanuit een raampje in bejaardentehuis toegeroepen en zo beginnen we een gesprek. Bij het toerismekantoor leren we dat de bramenteelt bij Swellendam uniek is voor Zuid-Afrika net als de bramenlikeur waar we van nippen.

Het meest opvallende gebouw in het dorp is wel de enorme kerk. Helaas kunnen we niet naar binnen om te kijken.
We bezoeken de drosdy (Het bestuurscentrum in de VOC tijd) met daarin het drosdymuseum waarin we voorwerpen en verhalen uit de (Hollandse) geschiedenis van het dorp tegenkomen.

's Avonds gaan we uit eten, mierzoete lasagna met lekkere wijn. Zo zoet hebben al eerder gegeten, zeker de Zuid-Afrikaanse smaakgewoonte.

dinsdag 26 oktober 1993

Langs graanvelden naar Bredasdorp



Ons vertrek naar Bredasdorp begint met een lekke jerrycan en een kapotte gasbrander. En dat terwijl we weten dat we op onze rit van 75 kilometer geen dorp of winkel tegen zouden gaan komen.

Het landschap is hier al weer anders dan langs de tuinroete. Geen steile klimmen maar glooiend akkerland. Mooi is het weer wel. Het mooi weer heeft zich nu echt doorgezet en we fietsen onder een brandende zon. Ons drinken is al snel op en zonder extra water is het komt afzien. De boerderijen liggen wel erg ver van de weg af maar al snel doen we een nieuwe ervaring op. Een boer uit de omgeving kwam naast ons rijden met zijn auto. Hij informeert waar we vandaan komen en of we honger hebben, of dorst misschien. Hij haalt voor ons twee pakjes sap uit z'n koelbox, vertelt waar we de mooiste kampeerplek kunnen vinden en rijdt verder.
Als we later in Bredasdorp hierover vertellen eest men meteen wie dat is, bekend vanwege z'n vriendelijkheid. (Er wonen hier niet zo heel erg veel mensen en het lijkt erop dat iedereen binnen een straal van 100 kilometer elkaar kent).
In Bredasdorp vinden we een gemeentekampeerterrein met leuke gebouwtjes, vlakbij de rugbyvelden.
Het kampeerterrein is bijna leeg maar de speeltuin wordt goed gebruikt door kinderen uit het dorp.
Omdat onze gasbrander kapot is moeten we natuurlijk wel (lekker) braaien.

woensdag 27 oktober 1993

Gestrand in Napier



Lekker vroeg zijn gaan we weer op pad, gewekt door de haan en uitgezwaaid door de twee andere kampeerders. De rit begint al meteen met flinke klim die telkens door een nieuwe wordt gevolgd. Ze lijken steiler dan die van gisteren. Annemiek heeft meteen bij de eerste klim al pijn in haar knie. Even later wordt de pijn zo erg dat ze nauwelijks verder kan fietsen. Half lopend, half fietsend komen we Napier binnen, het volgende dorpje. Hoe nu verder?

Bij de bank, het enige soort openbare gebouw dat we zien ga ik eens informeren. De bus naar Kaapstad blijkt vanochtend al vertrokken, volgende week gaat de volgende weer. Gelukkig weet de man van de bank weet dat iemand uit het dorp de volgende dag naar Kaapstad zal rijden, hij zal voor ons gaan informeren.
In afwachting van een oplossing voor vervoer naar Kaapstad, gaan we wat eten en daarna Napier verkennen. Terwijl we dat doen, regelen we een kamer in het enige hotel hier, dat tegelijk kroeg en drankwinkel is. Even later bezoeken de de kerk waar we naar binnen kunnen nadat we dat eerst even bij de dominee hebben gevraagd en waarna bij hen op de thee zijn uitgenodigd. Later op de dag komt de bankman ons vertellen dat Peter, die hier een plaasstal heeft, morgen naar Kaapstad rijdt. We gaan hem maar eens opzoeken.

Peter blijkt een aardige kerel die een heel eind kan weg kletsen over zijn ervaringen als politieman in Kaapstad. Een baan die had hij opgezegd na teveel vervelende situaties te hebben meegemaakt. Meteen daarna is hij verhuisd naar het platteland om zijn kinderen een fijnere omgeving te bieden.

Na een bijzonder onsmakelijke maaltijd in het hotel kletsen we in de kroeg nog wat met de eigenaar onder het drinken van een kopje koffie (wat erg ongebruikelijk blijkt hier in de kroeg). Daarna: naar bed, oogjes dicht en slapen maar.

donderdag 28 oktober 1993

In een bakkie naar Kaapstad



We beginnen de dag met een lekker Engels ontbijt waarna me met bepakte fietsen naar 'The Old Bridge' gaan, de plaasstal van Peter. De fietsen gaan achterin de laadbak en wij met z'n drieën op de voorbank. Op naar Kaapstad. Een katergevoel of een mooie rit? Toch dat laatste.

We rijden door heuvelland met akkers en weilanden, later door bergen en boomgaarden. Na de laatste pas dalen we af naar de Kaapse vlakte en rijden eerst langs Kayelitsha, een enorme gebied met krottenwoningen. We vervolgen langs de kust, door de duinen waar kleurige nieuwe braaiplekken zien, naar Muizenberg.
Hier in Muizenberg, bij Zandvlei, is er een kampeerterrein waar ik graag eens wil blijven. Muizenberg ken ik nog van een aantal jaren eerder en lijkt mij een goede uitvalbasis om het Kaapse schiereiland te verkennen.

Als we eenmaal geïnstalleerd zijn gaan we naar het strand en de boulevard van Muizenberg. Helaas is het te winderig om op het strand te blijven. Wel is er een stille minigolfbaan waar we ons kunnen uitleven.

vrijdag 29 oktober 1993

Kaapse Schiereiland



Vrijdag 29/10
We nemen de metro naar Kaapstad, kletsen met forensen. In de stad bezoeken we het cultuurhistorisch museum met vooral bezienswaardigheden uit de Hollandse tijd en kuieren in het park voor voor het Zuid-Afrikaans museum. Het is even wennen aan de kinderen die hier bedelen.
Op de terugweg bezoeken we nog even de universiteit. De universiteitsgebouwen liggen op een mooie plek tegen de berg, waardoor we uitzicht hebben over de buitenwijken een stukje van de Kaapse vlakte.

Zondag 31/10
Na een dagje Kaapstad en een dagje luieren gaan we vandaag weer op pad. In Rondevlei zou een vogelreservaat zijn. We fietsen door het vlakke land ernaartoe. De beheerder is blij om Afrikaans te praten, net als wij. Hij is benieuwd naar onze tocht en hoe we met onze fietsen in Zuid-Afrika waren beland.
Rondevlei blijkt een leuk natuurgebied. Er is een klein museumpje bij het verder waterrijke gebied. We kunnen er langs lopen en telkens alles overzien vanaf de uitkijkpunten. We zien veel watervogels waaronder pelikanen en zelfs twee schildpadden. Oppassen voor de seekoei!
Op de terugweg passeren we een wielerwedstrijd voor schoolkinderen.
's Avonds was er in de kroeg vlakbij een optreden en lekker eten. Nasi met saté, zeker een Nederlandse kok?
Dinsdag 2/11
Gisteren hebben we een lekkere rustdag gehouden. Ontspannen genoten we van de boulevard en de stranden om nadien lekker minigolf te spelen. Ook waren er kampeerders bij gekomen. Een Duits stel dat Afrika door fietst, althans dat was hun plan. Ook bij hen bleken knieproblemen de plannen te hebben veranderd. Ze rijden nu met een tweedehands auto verder. Hiermee zouden we met z'n vieren op pad gaan.
Eerst maken we een rit langs de kust van Valsbaai waar we in de verte dolfijnen zien. Dan door naar de kaappunt, door een mooi, bijna leeg natuurreservaat met vooral lage begroeiing die in september in bloei schijnt te staan. Is het een bontebok die ik in de verte zie?. Bij de kaap maken we een lange wandeling (het treintje dat de Flying Dutchman heet laten we links liggen) naar een uitkijkpunt. Zien we de Zuidpool? Via Kommetjie, waar we samosas eten, rijden we over Chapmans Peak en dan naar de World of Birds bij Houtbaai.

Woensdag 3/11
Deze dag gaan we naar de Universiteit van Kaapstad, waar ik een bezoek zou brengen. De afdeling die ik zocht blijkt inmiddels verhuisd naar het faculteitsgebouw bij het Grote Schuur ziekenhuis. Tim Noakes lijkt verrast om mij te zien. In ons gesprek wordt duidelijk dat het plan om hier mijn promotieonderzoek te doen niet door kan gaan zoals gedacht. Nu de politieke situatie veranderd is sinds ons schrijven verandert ook het personeelsbeleid. Het budget is al besteed en ik zou zelf voor sponsors moeten zorgen. Wel krijg ik van hem een lijst met namen van andere universiteiten waar ik eventueel terecht zou kunnen.
Donderdag 4/11
Op naar het Zuid-Afrikaans museum. Het bijbehorende planetarium kon niet boeien, het museum des te meer. Er is veel te zien over verschillende diersoorten en er hangt een levensgroot skelet van een blauwe vinvis in de zaal in het midden. We zien ook de geschiedenis van de verschillende volkeren van Zuid-Afrika uitgebeeld.

Zondag 7/11
Eergisteren hadden we een uitstapje gemaakt naar de Scratch Patch & Mineral World in Simonsstad. We zagen toen onderweg een Nederlands/Indonesisch restaurant waar we eens een keer 'bekend' konden eten.
Vandaag gaan we naar de Tafelberg. De vorige dag waren we hier al geweest maar het was toen zo druk dat we meteen terug gegaan zijn.
Vandaag zijn vroeg op om voor de drukte met de kabelbaan naar boven te kunnen. Eenmaal boven genieten we eerst van het ontbijt. Daarna wandelen we een aantal uren rond. We zien mooie rotsformaties en typische vegetatie en krijgen vergezichten over de wijde omgeving, de stad beneden, bergen in verte en baaien langs de kust.
De middag van deze lekker warme dag wordt een strandmiddag. We gaan naar het strand van Kampsbaai. Zonnen en af en toe het ijskoude water in rennen, in de golven springen en vlug er weer uit.

maandag 8 november 1993

Oostelijke buitenwijken bij Kaapstad



Maandag 8/11
We verhuizen naar Observatory en nemen afscheid van onze Duitse vrienden. Rustig fietsen we door de drukte richting Kaapstad om onze intrek te nemen in de Namasta Lodge. Eenmaal aangekomen ziet het veldje met hondepoep er niet aantrekkelijk genoeg uit om de tent op te zetten. Dan maar een kamer met een bed.
Dinsdag 9/11
's Ochtends vroeg gaan we op de fiets op pad voor ons bezoek aan de Botanische tuin in Kirstenbosch. Bij de eerste helling schiet de pijn echter bij Annemiek in haar knie. We keren terug. Omdat we de bus gemist hebben brengt Mike (van de Lodge) ons ernaartoe.
In de botanische tuin zien we allerlei verschillende bomen en andere planten in bloei. Schoolkinderen rennen door de tuin en nectarvogeltjes steken hun snavel in rode vetachtige bloemen.

Woensdag 10/11
De volgende dag bezoeken we Mosterd se Meule in, een bezienswaardigheid in dit deel van de wereld. Na Rhodes memorial gaan we weer op ´huis´ aan. Het ziet er daar nog steeds niet er hygiënisch uit.

Aan het eind van de krijgen we een lift naar de Jeugdherberg 'Stan's Halt' bij Kampsbaai waar we de rest van onze vakantie gaan doorbrengen.

donderdag 11 november 1993

In en om Kaapstad



De laatste dagen van onze reis verblijven we in 'Stan's Halt' jeugdherberg. Het beheerdersechtpaar van de jeugdherberg blijk ik nog te kennen van vroeger, van de jeugdherberg in Muizenberg. We kletsen even bij.

Vanaf ons onderkomen gaan we te voet naar Kaapstad, naar het kasteel dat gebouwd werd in Jan van Riebeeck's tijd. Het kasteel is eigenlijk een fort, zo dicht bij de zee gebouwd dat de kelder vol liep bij hoog water.

Vrijdag 12/11
Als we later in Sea Point zijn brengen we een bezoek aan Collin. Hij is verrast om ons te zien. We hebben elkaar 5½ jaar geleden voor het laatst gezien. Ook nu klets ik weer bij. Collin blijkt geëmigreerd naar Australië (iets waarvan hij vroeger zei dat hij dat nooit zou doen) en is net even 'thuis'.

De rest van de dag is het weer mooi strandweer en daar gaan we van genieten op het strand bij Kampsbaai.

Dinsdag 16 november
De afgelopen dagen hebben we een beetje ons gemak genomen. Een stranddag, een dagje Kaapstad (Waterfront, Gouwe Akker, Groentemarkt). Ook in de jeugdherberg ontspannen we, het licht op een heerlijke plek en de andere gasten zijn ook nog eens aangenaam gezelschap.
Vandaag doen we samen met Collin de wynroete. We rijden langs tussen wijngaarden zien mooie wijnboerderijen. We proeven overal wat en nemen een klein voorraadje mee naar huis.

Woensdag 17/11
Ter afsluiting van ons avontuur gaan we op één van onze laatste dagen nog een keer naar de Tafelberg. Deze keer komen we erg vroeg in de ochtend wanneer het nog koel is, we gaan klimmen. Met proviand en vooral drinken beginnen onze voettocht. Eerst lopen we een stuk omhoog, daarna volgen we de contouren van de berg. Het duizelt, heb ik nu ineens hoogtevrees? Het laatste stuk is meer klauteren, door een kloof naar boven.
Eenmaal boven genieten we een laatste keer van het uitzicht totdat het tijd wordt om naar huis te gaan en nog een laatste keer te genieten van de zonsondergang bij Kampsbaai.