We laten Paestum achter ons en vervolgen onze weg langs de kust. Het weer is alweer beter dan gisteren, als het zo door gaat is het binnenkort flink zomer.
Het eerste stuk langs de kust is nog vlak maar even later bereiken we de heuvels. In de verte zie ik een weg die heuvel op loopt, maar wel in een rechte lijn, Romeins ontwerp?
Wij draaien naar de kust om onze route te vervolgen. We fietsen over een weg langs een rotsachtige kust met een ruig landschap. De weg volgt de kustlijn, een stukje boven de zee die we altijd beneden ons zien liggen. Af en toe krijgen we wat flinke klimmetjes (en afdalinkjes) te verwerken.
In Pioppi, een leuk klein dorpje, houden we een lunchpauze op een betegelde picknickplaats. Hierna fietsen we over glooiende wegen verder tot vlakbij Palinuro, bij Saline Di Gabriele slaan we onze tent op. Een mooie kustrit van 80 kilometer ligt achter ons.
Deze keer hebben we weer warme douches, gelukkig! We zijn alweer de enige gasten.
Vandaag lopen we naar het dorp, Palinuro, om dat eens te verkennen. Ons Italiaans wordt al beter. In elk geval goed genoeg om een campinggids te kopen waarmee we kunnen zien welke kampeerterreinen er (open) zijn.
De rest van de dag liggen we te genieten op het strand vlakbij Palinuro. We zijn inmiddels allebei al verbrand, vooral onze onderarmen en neuzen. Die houden we nu maar zoveel mogelijk uit de zon. De zomer is begonnen!
Aan het strand staan net zulke vetplantbloemen als in Portugal en ook hier eten de mensen veel vis lijkt het. Binnenkort gaan we een keer uit eten om daar meer van te weten te komen.
De rit van vandaag zal ons een klein stukje het binnenland in voeren waarna we weer aan de kust zullen eindigen. Het begin van de rit loopt langs de rivier, langzaam stroomopwaarts. Eerst door een breed dal, dat steeds smaller wordt.
Na een poosje rustig fietsen begint de pret, we beginnen aan de klim, lekker een heuvel over. In Celle di Bulgheria zijn we zo'n beetje boven, op 234 meter hoogte. We stoppen om koeken te kopen bij de bakker.
De afdaling die volgt brengt ons terug bij de kust, zoef zoef over een brede weg. Nog een paar kilometer langs de kust en we staan na deze korte rit van 35 kilometer bij Oliveto vlak voor Sapri. Een vervallen plek met koude douches, lekker verfrissend.
Ik voel me erg zweverig en zal zeker te weinig gegeten hebben, een bord spaghetti brengt de oplossing.
's Middags wandelen we langs de boulevard, genieten van het uitzicht en eten crêpes. Oeps ze zijn wel erg lekker, nog maar eentje dan.
Meteen als we vertrekken, mogen we langs de steile rotskust omhoog klimmen om in Basilicata te komen. Als beloning krijgen we geweldige vergezichten waarna we vervolgens over een glooiende weg door een prachtig bebost kustgebied mogen fietsen.
Eenmaal weer beneden rijden we naar het strand om te picknicken. De wind werkt een beetje tegen en blaast het eten vol met zand.
Hier bij het strand kunnen even vlak rijden, maar ja straks mogen we weer omhoog naar de weg.
Het laatste stuk van deze rit van 56 kilometer fietsen we over een vlakke kustweg waarlangs we even later een kampeerterrein vinden. Het Orchideën kampeerterrein van Grisolia Lido wordt bewaakt door twee driftig blaffende herdershonden wat voor Annemiek een reden was om af te wachten of ik niet verscheurd zou worden tijdens het betreden van het terrein.
Nadat ik de inschrijfbalie levend bereik volgt Annemiek voetje voor voetje en zonder te gillen!
Ook op dit kampeerterrein zijn er weinig gasten maar veel hoog groeiend gras. De eigenaar is alles nog aan het opknappen.
Er staat nog een stel uit Denemarken dat zich al 5 weken vermaakt op dit kampeerterrein, voornamelijk met alcohol en af en toe een vredespijp. Ze trekken rond en leven van hun uitkering.
Eindelijk weer warme douches, wel weer erg heet, je verbrandt ongeveer na 2 tellen dat was nou ook weer niet de bedoeling.
We kunnen zo van het kampeerterrein af de duintjes door steken. Dat doen we maar en liggen, jawel, weer op het strand en ondanks de lichte bewolking is het goed uit te houden.
Morgen weer verder.
We beginnen onze rit door een vlakke omgeving maar al vlug fietsen we weer langs het kustgebergte. Over een glooiende route zien we links dorpjes boven op een rots gebouwd, rechts kustplaatsjes. Natuurlijk een tussenstop, koffie, koeken en ijs. Italië is toch een geweldig land!
De meeste kampeerterreinen waart we langs fietsen blijken gesloten. Uiteindelijk bereiken we een, ook nog gesloten, kampeerterrein in Nocera Scalo. Gelukig mogen we hier toch kamperen van de beheerdster. Wel moeten we nog zelf een plekje aanharken waaran we een verfrissende (koude) douche kunnen nemen. Annemiek werd daar niet blij van na de 90 kilometer die we vandaag gefietst hadden.
De beheerdster heeft ons verteld waar we een lekker en goedkoop restaurant konden vinden. Eenmaal daar treffen we een Duits stel dat op het zelfde kampeerterrein verblijft en naar hetzelfde eethuisje verwezen is (zouden de camping eigenaars er een belang in hebben?). De beheerder van het kampeerterrein belt later nog op om te zeggen dat de kleine deur van het terrein open zal zijn als we terug komen. Maar zien of we die gaan vinden, anders wordt het klauteren.
Ondanks de kleine vermoeidheid die Annemiek voelde, fietsen we vandaag weer verder. Eerst langs de contouren van de kust, daarna door een vlak stuk rivierdelta met een polder-achtig landschap. Gewoon plat dus (Piana).
Eenmaal de polders voorbij, klimmen we door de straten van Pizzo langs terrasjes en pleintjes, de mensen genieten van het mooie weer.
Ondertussen heb ik ontdekt dat mijn achteras gebroken is. Italiaans wegdek of gewoon belasting van jaren? Fietsen gaat wel zolang het achterwiel klem zit. Er zit dan wel speling op. Zou ik zo door kunnen fietsen tot Palermo? In Vibo Marina kijk ik of ik een fietsenmaker zie. Niet direct,ik durf het wel aan om zo door te fietsen.
Bij Bivona fietsen we een kampeerterrein, omdat het al vijf uur is besluiten we, na 51 kilometer te stoppen. Het kampeerterrein is eigenlijk nog gesloten maar ja we kunnen er gewoon op, weer zijn we de enige kampeerder en vanzelfsprekend ..... een koude douche voor Annemiek.
Morgen fietsen we wel verder om een leuker plekje te vinden.
Ondertussen betrekt de lucht, het mooie weer van vandaag slaat om in fikse regen en windstoten.
Het is weer droog geworden en het lijkt een stralende dag te worden. We laten het kampeerterrein achter ons voor een rit langs de Groene Kust van Calabria. De route is weer een hele mooie, Langs een beboste kust met een turquoise zee, fietsen we lekker lichtjes op en neer. Onderweg kijken we uit naar een leuke plek om te blijven.
Uiteindelijk zien we na Tropea een klein bordje naar een kampeerterrein dat ook nog eens open was. Het is nog vroeg en we hebben nog maar 27 kilometer afgelegd. Maar ik durfde eigenlijk niet meer verder te fietsen over dit wegdek met mijn gebroken achteras en ja het was natuurlijk ook tijd voor een rustdag op een mooie plek.
We worden rondgeleid door de vriendin van de eigenaar. Een mooi en klein kampeerterrein, tegen een berghelling met sinaasappel- en citroenbomen. Hiervan mogen we gewoon plukken, ze smaken heerlijk. De douches zijn warm dus Annemiek is al overtuigd.
Hier zullen we maar eens een paar dagen blijven staan.
Op deze plek zijn er voor de afwisseling weer medekampeerders. We raken al snel in gesprek met een oudere Duitse man die de eigenaar helpt met wat klusjes.
De eigenaar, Cono, wil ons graag helpen bij het vervangen van de as van het achterwiel.Hij neemt ons mee naar Vibo Marina, er zal daar tòch een fietsenmaker zijn. Als in een film maken we een rit alsof we in een wilde achtervolging verwikkeld zijn, de Italiaanse manier van rijden blijft bijzonder.
De fietsenmaker zal het wiel meteen repareren en we kunnen het later op komen halen. Ondertussen bezoeken we ook nog de visafslag. Cono is gevraagd voor ons te koken, dat zou hij volgens zeggen heel goed kunnen en dus doet hij inkopen, betalen zien we hem nergens maar dat zal wel goed zijn (of horen ze allemaal bij de broederschap?, nee Cono is een bekend natuurbeschermer)
Als we 's avonds aan tafel aanschuiven blijken we met een grote groep te zijn, Italiaanse kennissen en een paar gasten het wordt een gezellige avond. En het eten is inderdaad heerlijk.
Vandaag lijkt het weer volop zomer, we blijven nog een dag om ervan te genieten.
Vanaf ons kampeerplekje kunnen we over een smal paadje afdalen naar een strandje langs de kust waar we voor zonaanbidders spelen. Een eind vanaf de kust zien we Stromboli liggen een van de vele vulkanische eilandjes.
Het wordt een ontspannen, lome dag.
's Avonds wandelen we naar het dorp, naar de ijssalon natuurlijk.
Vandaag mogen we meteen beginnen met een klim naar Ricadi, dat op 285 meter hoogte ligt. We krijgen daardoor wel een mooi uitzicht op de Etna in de verte. De zon schijnt fel en we worden omgeven door heerlijke kruidige geuren. De route blijkt tegelijk bosachtige en heuvelachtig, een mooie rit dus om te fietsen. Voorbijgangers roepen aanmoedigingen of toeteren tijdens de klim. Jammer voor Annemiek dat haar ginocchi (knieën) weer eens erg gevoelig waren, af en toe een stukje wandelen hielp.
Na de heuvels volgt er een vlakte met havengebied. Rond de middag komen we door Gioia Tauro, een doods stadje waar we ons niet op het gemak voelen. Na een korte etenspauze fietsen we weer verder, weer terug de heuvels in. We klimmen naar Palmi, zo'n 10 tot 13 kilometer lang geleidelijk omhoog. Met wat tussenpauzes om Annemiek's benen wat rust te gunnen, bereiken we de top op 544 meter hoogte. Het uitzicht is adembenemend, zowel de kust van Zuid-Italië als die van Sicilië zijn goed te zien, zelfs de Etna is van hierboven goed zichtbaar.
De afdaling naar Bagnara wordt een steile met haarspeldbochten. Annemiek komt beneden aan met verkrampte vingers van het remmen en ik heb m'n eerste lekke band als we bijna beneden zijn. Eenmaal beneden aan de kust in Bagnara bleek er geen slaapplek te vinden. Mischien wel een geldautomaat? In m'n beste Italiaans vraag ik hiernaar aan een voorbijganger en ja hoor, 'verderop bij die mevrouw met die blonde haren'. (Dat zou bij ons in Nederland misschien niet 'n erg duidelijke aanwijzing zijn, maar hier wel).
In Scilla, 8 kilometer verderop, hopen we meer succes te hebben bij het vinden van een onderkomen. Over een vlakke kustweg komen we rond 18:00 uur in Scilla aan, bij Pensione Le Sirene. Na een een warme douche en een lekkere pizza kunnen we bijkomen van 80 kilometer (met heuveltjes) fietsen.
We beginnen vandaag op het gemak, fietsen naar de pont naar Sicilië. Deze veerpont blijkt nog kleiner dan die van Breskens-Vlissingen. Het inladen gaat op z'n Italiaans, er lijkt geen systeem in. Ik fiets gewoon maar aan boord, om het kaartje dat ik gekocht had wordt niet gevraagd.
Na een mooie maar korte overtocht komen we aan de overkant in Messina waar het erg druk is met veel auto's en vrachtauto's. We fietsen meteen de stad uit, de kust langs, een stukje naar het noorden. We gaan net niet naar het puntje maar steken door over het eiland, dan mogen we tenminste nog even klimmen. Gelukkig wordt het rustig op de weg maar er wacht een nieuwe verrassing.
De weg zou afgesloten zijn en we kunnen niet verder. Toch proberen we het, wie weet kunnen we er langs.
In de afdaling blijkt een gedeelte van de weg weggezakt, we zien het op tijd en sturen er langs, via een onverharde 'noodweg' dalen we weer af naar de kust.
De eindbestemming van vandaag is een soort schiereiland voorbij Milazzo. Voor we er komen moeten we weer door een druk dorp heen, met schoolkinderen, bussen, putdeksels en de gebruikelijke gaten in de weg. De kustweg voorbij Milazzo klimt weer lekker steil maar we vinden al vlug een kampeerterrein aan de rotskust.
We hebben vandaag 69 kilometer afgelegd en zijn op Sicilië, vlug 'n vioolkoffer achterop de fiets leggen.
Het kampeerterrein ligt langs een steile rotskust en bestaat uit plateaus waar de tenten kunnen staan, je zou er zo maar af kunnen vallen. 's Nachts gebeurt dit inderdaad, één van de Duitse mannen die een plateau hoger staan stapt mis en valt zo'n vier meter omlaag. Zijn twee broers zijn lacherig en hijzelf ook door de roes van alcohol. We horen hen door het tentdoek. Omdat het wel erg lang duurt voordat ze weggaan besluit Annemiek om toch even te gaan kijken. Als ze bij hen komt probeert de man om te rollen op zijn buik om op te staan, zijn twee broers proberen hem hierbij te helpen. Het lukt niet en Kurt, zo heet de man, heeft erg veel pijn. Het is niet duidelijk of hij op zijn hoofd gevallen is dus houdt Annemiek hem aan de praat en vraagt zijn broers tegen hem te praten en een slaapzak voor hem te halen.
Ze doen geen van beide dus haalt ze een slaapzak uit onze tent en dekt hem toe. Ook enkele medekampeerders zijn wakker geworden en brengen nog een slaapzak. Ik ben ondertussen naar de beheerder/klusjesman gegaan en heb hem in het Italiaans, het enige dat hij verstond, duidelijk kunnen maken dat er een ambulance moet komen. De ambulance is er vrij vlot en neemt Kurt met broer mee, de ene broer die achter blijft is zo van streek en dronken dat we hem moeten ondersteunen, de trap op naar het plateau waar zijn tent staat.
De volgende ochtend horen we dat Kurt een bekkenfractuur heeft en geopereerd moet worden. Hopelijk komt alles goed.
Wij gaan ondertussen weer door met onze vakantie. We krijgen een lift naar Milazzo van een Italiaanse medekampeerder die met een oranje VW-kampeerbusje op pad is. Hij spreekt goed Engels en wat Frans zodat we lekker door kunnen kletsen.
In Milazzo bezoeken we het kasteel, hoog boven het stadje, waar we meteen van alles leren over de geschiedenis van Sicilië. Zo weten we nu dat het hier een mengelmoes is van Grieken, Arabieren, Noormannen enz.
In de middag maken we een wandeling terug naar het kampeerterrein, een uurtje in de warmte langs bloeiende cactussen.
Onder een heerlijke Italiaanse zon verlaten we Milazzo en vervolgen onze tocht langs de kust. Eerst buigen we een stuk af, volgen een vlakke weg met af en toe een brug over een brede rivierbedding met een smal stroompje water. Natuurlijk is er tijd voor de inwendige mens.
Er is weinig verkeer. Aan het eind van een vlakte moet je klimmen en dat is nu ook weer zo. Het is echter een mooie beklimming met prachtig uitzicht, af en toe schaduw en een verkoelende zeewind.
Het fietsen is pittig, veel korte klimmetjes en afdalingen, zelfs een 'vlakke' weg liep of heel lichtjes omhoog of omlaag. Maar dit keer hoeft Annemiek niet te lopen!
Via een prachtige 120 kilometer lange route langs een rotskust bereiken we Santo Stefano di Camastra waarnaartoe weer geklommen moet worden. We dalen weer af naar het kampeerterrein in Villa Margi, dat wordt dus klimmen als we morgen weer op pad gaan.
Het kampeerterrein ligt vlak aan het strand en heeft een restaurant dat ook nog open is. Op dit kampeerterrein worden we anders dan anders ontvangen, we moeten vooraf betalen en wel meteen. Het hier wel vrij netjes, met warme douches.
De zon schijnt nog steeds maar er waait een flinke koele wind over een groene zee. 's Avonds valt er toch weer een klein miezerbuitje.
We lopen via een oversteek over de rivier en een lange trap met schapen naar Santo Stefano di Camastra. In dit dorp wordt heel veel keramiek gemaakt, zelfs sommige gebouwen, traptreden en balustraden zijn betegeld met keramiektegels.
Op de fiets kunnen we natuurlijk niets mee nemen maar het keramiek hier schijnt wereldberoemd te zijn en overal naar toe geëxporteerd te worden.
's Middags schijnt de zon weer en wordt het weer flink warm. De tent staat gelukkig in de schaduw, alleen jammer dat de insecten dat ook vinden, we delen 'ons' plekje delen met vier mierennesten. We worden beklommen en bezoemd dat het een lieve lust is.
's Avonds kuieren we over de boulevard en zitten even later wat te drinken. De Italianen die daar ook binnen zijn vragen of we Tedesco's (Duitsers) zijn. Dat zijn we niet, alles is goed.
Met de zon op onze bol fietsen we verder langs een mooie rotskust waar geen einde aan lijkt te komen. We fietsen op een wegrichel tussen bergen en zee. In de verte zie ik nog een lang viaduct over het waarover de autosnelweg loopt. Zoals altijd volgt het spoor dezelfde route als onze weg. Na een week weet ik ondertussen de dienstregeling op Sicilië wel uit m'n hoofd.
Bij Cefalu fietsen we rond een gigantische rots in de zee. Bovenop de rots ziet Annemiek een mooi kasteel dat vroeger vast moeilijk te veroveren is geweest. Ik heb het helemaal gemist en het was echt geen kleintje! Cefalu bestaat uit een romeins bestrate kern, waar hebben we dat meer gevoeld? Er zijn veel toeristen en ook veel terrasjes, tijd voor een cappucino met een lekkere koek.
We volgen nog een tijdje een boulevard, het fietsen gaat makkelijk en we zijn al snel in de buurt van Termini Imerese. Na een weer wat kortere rit van 52 kilometer vinden we een kampeerterrein aan de kust bij Buonfornello, een echte strandcamping. We hebben er een eigen plek met eigen keukentje, toilet en een heerlijk koude douche.
Onze overburen Antonino en Simone (peuter en kleuter) vinden ons erg interessant, vooral onze miniklapstoeltjes blijken een succes. (dat vonden wij ook al!) Antonino wordt overmoedig en probeert de tent te enteren, zijn moeder komt ons redden. Onze achterburen nodigen ons uit op de koffie en we voeren min of meer een gesprek in het Italiaans, dat valt niet mee maar we begrijpen elkaar een beetje. Ze laten merken dat ze verbaasd zijn over de afstand die we al gefietst hebben en dat ze dat zelf niet zo snel zullen doen. Verder maken ze ons duidelijk dat als ze ons ergens mee kunnen helpen we ze dat moeten zeggen. Later op de avond maken ze dat waar. We zitten te kaarten met de speelkaarten op de grond. Ze komen ons een tafel en stoelen brengen met daarbij een bekertje zelfgemaakte vruchtenbowl met verse vruchten en vino rosse frizante. We worden er verlegen van en bedanken ze nog maar eens een keer. Tijdens het kaarten worden we aangemoedigd door Antonino en Simone die weer plaats hebben genomen in 'hun' stoeltjes.
De Italianen die hier kamperen gaan niet vroeg slapen, ze gaan naar de open lucht disco en dat kunnen we horen. Toch slapen we goed.
Deze ochtend zijn we vroeg wakker en voor negen uur is alles ingepakt. Op weg naar Palermo. Het is rustig op de weg en af en toe komen we wat wielrenners tegen die ons enthousiast begroeten. Als we stil staan voor het spoor vragen ze (uiteraard in het Italiaans) waar we vandaan komen. 'Buonfornello' zeg ik, 'maar dat is toch vlakbij?' antwoorden ze, dat bedoelen ze natuurlijk niet.
We fietsen een tijd lang over een vlakke weg en zien Termini Imirese groter en groter worden. Vandaag wil ik eens een keer niet hoeven te klimmen. Aan een paar wielrenners vragen we welke de beste weg is om omhoog te klimmen, er blijken er twee te zijn, een rechte erg steile weg en een weg met haarspeldbochten die iets minder steil is. We besluiten de haarspelden te gaan proberen. De laatste twee bochten zijn het steilst, Annemiek haal het tot boven!
Onderweg is het weer tijd voor cappuccino en gelati. Daarna fietsen we over een glooiende weg tot aan Capo Grosso waar we weer even flink moeten klimmen. Als beloning hebben we een prachtig uitzicht op een grote rots midden in de zee met een torentje erop, vandaar Capo Grosso! De klimmen beginnen bij Annemiek in de benen en knieën te zitten maar het fietsen gaat toch nog goed. Het is vandaag een stranddag voor de italianen en hoe dichter we Palermo naderen hoe drukker het wordt.
Palermo is een grote stad als elke andere. We vinden in de haven de kaartenverkoopplaats voor de boot naar Napoli maar hij is gesloten. We besluiten te wachten en eten wat. Omdat het wachten wel erg lang duurt, besluiten we toch maar door te fietsen tussen de auto's en scooters door.
We fietsen Palermo uit naar Sferracavallo, een kustplaatsje aan een baai verderop, met een leuk kampeerterrein waar we de tent opzetten onder de olijfbomen. Hier houden we het wel drie dagen uit.
Dinsdag 20 mei
We bezoeken Palermo en kopen de bootkaarten, we kiezen voor de eerste klas, later zal dat een goede keuze blijken te zijn. Door Palermo maken we een wandeltocht, mooie gebouwen, kleine steegjes, marktjes enz. maar helaas ook veel verkeer en op sommige plaatsen is het flink vervallen en vies. Na een tijdje komen we terecht in de botanische tuin van Palermo, het is er een oase van rust. De palmbomen wuiven en een paar bomen hebben imposante luchtwortels, we maken foto's rusten uit en gaan met de bus weer terug naar het kampeerterrein.
Woensdag 21 mei
De volgende warme dag luieren we wat, 's avonds bel ik mijn vader om te zeggen hoe laat hij ons ongeveer kan komen halen van Zaventem. Hij vertelt dat mijn moeder sinds vrijdag in het ziekenhuis ligt, ik schrik maar weet dat de vakantie bijna om is zodat ik haar snel kan opzoeken.
De Italiaanse meneer die we kennen uit Milazzo (die met de VW bus) zien we weer terug en is ook deze keer behulpzaam wanneer we erachter komen dat onze telefoonkaart op is en we geen nieuwe meer kunnen kopen. Hij leent ons zijn telefoonkaarten en ik kan mijn vader nog een keer bellen om te vragen hoe het thuis gaat. Iets geruster kan ik deze fietsvakantie afronden.
Na een toch wel goede nacht gaan we 's ochtends het dorp in voor een kop cappuccino met een medekampeerder, een fietsende Hollander. Het is Pinksteren en er is feest in het dorp, er wordt gezongen en na de vraag of we Engels verstaan krijgen we in vloeiend Italiaans een verhaal over Sferracavallo door de Italiaanse schooljeugd. De beheerder van het kampeerterrein ziet ons zitten op het terras als hij zelf een kopje café gaat drinken en trakteert ons op een cappuccino.
Donderdag 22 mei
's Middags eten we warm, pakken we in en fietsen rustig naar de boot in Palermo. Het is maar 22 kilometer Natuurlijk zijn we veel te vroeg maar eenmaal op de boot gaat het toch wel snel. Het eerste klas reizen bevalt goed en we hoeven onze hut niet te delen. Ik ben 's nachts flink misselijk en Annemiek doet mij de volgende ochtend na.
Vrijdag 23 mei
We zijn weer terug bij het begin van onze ronde door Zuid-Italië. Napels is nog steeds even druk en ook het wegdek is in de tussentijd niet verbeterd. Toch fietsen we vlot door de stad naar het vliegveld waar we vertellen dat we morgen wel weer mee terugvliegen. Vlakbij het centrum vinden we een hotel met één ster. De fietsen laten we in de ontvangstruimte, de bewaking is inclusief, één van de medewerkers zet een veldbed neer om bij de fietsen te slapen.
's Middags lopen we door Napels. We zijn erachter gekomen dat het archeologisch museum 's middags gesloten is en dat vinden we erg jammer omdat daar veel voorwerpen uit Pompeii staan die we graag hadden gezien. We wandelen wat veder rond en Annemiek koopt nog een leuk Italiaans kinderboek.
's Avonds eten we in een restaurant om de hoek en krijgen een fooi achteraf. We slapen vroeg.
M'n horloge loopt vroeg af, alles is snel ingepakt en we fietsen door een voor de verandering nog rustige stad. Ik fiets de laatste van de vijf kilometers met een lekke achterband, onze fietsen zijn toch niet echt gewend aan die Napolitaanse wegen.
Op het vliegveld laden we onze fietsen af en proberen duidelijk te maken dat we echt 13 stuks bagage mee gaan geven. (De fietsdoos was immers verpulverd). De man achter de balie heeft daar moeite mee maar helpt ons toch goed. We bedanken hem en ik geef de fietsen aan, door een raam in een kantoor!, aan een vliegtuig‑inlader.